De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei.
2020
Vlaamse Regering keurt actieplan goed
2021-2024
Opmaak ecohydrologische studie
2024-2025
Opmaak landbouweffecten- rapport
2026
Opmaak inrichtingsnota
2027
Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota
Vanaf 2027
Start uitvoering herstelmaatregelen
Vaak gestelde vragen
Overleg en inspraak
Wie zetelt in de begeleidingsgroep van het project?
De begeleidingsgroep wordt voorgezeten door de gouverneur. In de begeleidingsgroep zitten onder andere de gemeenten Geel, Kasterlee en Olen, een vertegenwoordiger van de Antwerpse deputatie, vertegenwoordigers van Boerenbond, Natuurpunt en KMDA, een vertegenwoordiging van de landbouwers uit de polder, Dienst Integraal Waterbeheer provincie Antwerpen, Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Landmaatschappij, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij, Agentschap voor Natuur en Bos, Agentschap Onroerend Erfgoed en Departement Omgeving.
Hydrologisch herstelproject
Waarom wordt de beslissing over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) als motivering voor de noodzaak tot vernatten aangehouden, terwijl de onderbouwing en oplossingsrichtingen van het stikstofdecreet door een aantal partijen juridisch aangevochten worden en het decreet mogelijk vernietigd wordt?
De PAS voorziet naast de maatregelen gericht op emissiereductie ook een programma en budgetten voor natuurherstel en bijhorend flankerend beleid (PAS-stikstofsanering). Dit programma en budget dient om de maatregelen die genomen moeten worden om de in 2014 vastgestelde Natura 2000-doelen te realiseren tegen 2050 via geïntegreerde gebiedsprojecten uit te voeren.
Het stikstofdecreet en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) bepalen deze doelen niet. Ook bij een eventuele vernietiging van (delen van) het stikstofdecreet, blijven de Natura 2000-doelen van toepassing en moeten ze gerealiseerd worden. Het omgevingsbeleid blijft dus gericht op het realiseren van de in 2014 vastgestelde Natura 2000-doelen, zoals ook reeds het geval was voor de goedkeuring van de PAS.
De Europese natuurherstelverordening verplicht de lidstaten bovendien ook om werk te maken van dit natuurherstel en in het bijzonder voor gedegradeerde veengebieden. Daarnaast verplicht de Europese LULUCF-verordening lidstaten ook om via landgebruik en landgebruikswijzigingen netto méér koolstof in de bodem op te slaan dan uit te stoten, onder meer door herstel van veengebieden die grote koolstofvoorraden bevatten die bij verdroging vrijkomen in de atmosfeer. Een eventuele vernietiging van (delen van) het stikstofdecreet wijzigt ook die verplichtingen niet en zal de de opgave voor het gebied op vlak van herstel van natte natuur en veengebieden niet wijzigen.
Ecohydrologische studie
Wat zijn de volgende stappen na de ecohydrologische studie?
Er is een Task Force opgericht onder voorzitterschap van de gouverneur die op basis van de inzichten en voorstellen vanuit de ecohydrologische studie concrete voorstellen voor de herinrichting van de vallei zal uitwerken volgens de drie voorgestelde stappen en fasering. Het verder detailonderzoek moet uitwijzen welk van de voorgestelde maatregelen effectief uitgevoerd kunnen worden zoals de studie voorstelt. Bij de concrete uitwerking kunnen zich immers bijkomende randvoorwaarden, beperkingen of opportuniteiten aandienen die tot aangepaste of andere voorstellen leiden. Waar nodig zullen de effecten opnieuw doorgerekend worden in de grond- en oppervlaktewatermodellen.
In eerste instantie worden de voorgestelde acute maatregelen verder geëvalueerd. Er wordt nagegaan of ze effectief op korte termijn uitvoerbaar zijn zonder onaanvaardbare negatieve gevolgen voor het actuele landbouwgebruik op percelen in het agrarisch gebied die geen eigendom van de overheid zijn en/of niet vrij zijn van gebruik.
Parallel worden de voorstellen voor de herinrichting op middellange (stap 2) en lange termijn (stap 3) verder in detail uitgewerkt. Er zal een ontwerp van inrichtingsnota opgesteld worden die aangeeft welke ingrepen nodig zijn en welke instrumenten ingezet kunnen worden om die te realiseren. Over het ontwerp van inrichtingsnota zal een openbaar onderzoek georganiseerd worden. Na de verwerking van de inspraakreacties, zal de inrichtingsnota voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering. De voorgenomen timing is dat dat openbaar onderzoek in de tweede helft van 2026 zal plaatsvinden.
De inrichtingsnota zal ook aangeven welk flankerend beleid er nodig is voor de huidige eigenaars en gebruikers in het gebied. Daarvoor wordt een landbouweffectenrapport opgemaakt. Het landbouweffectenrapport brengt voor elk van de betrokken landbouwbedrijven in beeld wat de impact is en welke flankerende of begeleidende maatregelen mogelijk of wenselijk zijn.
Landbouweffecten
Zal de Roerdompstraat die aangelegd werd in het kader van landbouwontginning verwijderd worden?
Dit is op dit ogenblik géén van de voorgestelde maatregelen in het kader van het hydrologisch herstel. Een herinrichting van de Roerdompstraat is momenteel dan ook géén voorwerp van onderzoek, wat niet uitsluit dat naar aanleiding van het uitwerken van de inrichtingsnota kan blijken dat het nodig of nuttig is een nieuwe visie over de toekomstige rol en functies van deze weg uit te werken. Dat zou op lange termijn kunnen leiden tot een aanpassing van de weginrichting of de verkeersfunctie en/of tot het (deels) supprimeren of ontharden van de huidige weg vanuit een integrale visie op de mobiliteit en de inrichting van het gebied.
Grondaankopen
Kan ik van de overheid eisen dat ze mijn gronden aankopen?
De Vlaamse overheid is, in bepaalde gebieden en onder bepaalde voorwaarden, verplicht onroerende goederen aan te kopen die door de eigenaars te koop aangeboden worden op basis van de verschillende koopplichten die ingeschreven zijn in het instrumentendecreet.
Zo kunnen een eigenaars van een onroerend goed in het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) of in een Speciale BeschermingsZone Natura 2000 (SBZ) eisen dat het Vlaamse Gewest hun onroerend goed aankoopt als ze kunnen aantonen dat er is sprake van een ernstige waardevermindering (met name meer dan 20%) én dat de leefbaarheid van een bestaand bedrijf in het gedrang komt (met name wanneer het arbeidsinkomen daalt onder twee derde van het gewestelijk vergelijkbaar inkomen). Ook wanneer een gebied afgebakend wordt als overstromingsgebied of oeverzone kunnen eigenaars in die gevallen de koopplicht inroepen.
Meer over de verschillende soorten koopplicht lees je op deze website.
Grondaankopen
Welke gronden heeft de overheid reeds in eigendom in het gebied?
Het overzicht van de alle gronden en gebouwen in eigendom van overheden kan u raadplegen via deze webkaart.
U kan op een perceel klikken om na te gaan welke overheid eigenaar is. Deze kaart wordt jaarlijks geactualiseerd. Nieuwe aankopen zijn daarom niet onmiddellijk zichtbaar. Via de infoknop bij deze laag kan u nagaan welke toestand getoond wordt.
Heb je zelf een vraag?
Stel hier je vraag