De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei. 

2020

Vlaamse Regering keurt actieplan goed

2021-2024

Opmaak ecohydrologische studie

2024-2025

Opmaak landbouweffecten- rapport

2026

Opmaak inrichtingsnota

2027

Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota

Vanaf 2027

Start uitvoering herstelmaatregelen

Nieuw onderzoek KU Leuven Campus Geel benadrukt urgentie hydrologische herstel

16-06-2026

Dankzij nieuw onderzoek van KU Leuven Campus Geel kunnen we de gezondheid van veengebieden nu veel nauwkeuriger beoordelen. De resultaten zijn zorgwekkend, maar bieden gelukkig ook duidelijkheid over oplossingen.

Veengebieden zoals De Zegge zijn belangrijk voor het goed functioneren van onze landschappen: ondanks hun vaak beperkte oppervlakte slaan ze grote hoeveelheden koolstof op, herbergen ze een rijke en vooral unieke biodiversiteit en bufferen ze extreme temperaturen en regenval voor het hele landschap. Tenminste, als ze gezond zijn. De combinatie van ontwatering en afwatering door menselijk ingrijpen en klimaatverandering zet immers een enorme druk op deze unieke ecosystemen, waardoor het veen degradeert en veraardt.

 

Dokter, hoe gezond is mijn veen? 

Veen bestaat voor 90% uit koolstofrijk organisch materiaal. Dat komt omdat de natte en zuurstofloze omstandigheden in ongestoorde veengebieden de afbraak van plantenresten zeer sterk bemoeilijken. Valt het veen echter droog, bijvoorbeeld onder invloed van drainage, dan schiet die afbraak terug in gang en gaat er heel wat van die bodemkoolstof razendsnel verloren: veen dat doorgaans vele eeuwen tot millennia nodig heeft gehad om op te bouwen, kan op een termijn van jaren tot decennia verloren gaan. Daarbij gaat de sponswerking achteruit, verdwijnen veenspecifieke soorten en degradeert het hele ecosysteem.

Nu de klimaatverandering de effecten van drainage nog scherper stelt, wordt het dus steeds belangrijker om goed te begrijpen welke processen er gaande zijn in het veen, en in welke staat het veen verkeert. Dat kan deels geëvalueerd worden met het blote oog ("Von Post humificatiegraad"), maar de resolutie van deze visuele methode is zeer beperkt. Daarom heeft onderzoeker Dr. Kim voor zijn doctoraat in detail onderzocht hoe drainage het veen verandert: hij ontwikkelde een moleculaire methode om veendynamiek en veendegradatie te beoordelen. Daarvoor vergeleek hij de moleculaire samenstelling en veranderingen in intacte veengebieden met die van ontwaterde en herstelde veengebieden over heel Europa, onder leiding van Prof. Karen Vancampenhout en Prof. Willem-Jan Emsens. Het resultaat is een nieuwe tool om snel maar gedetailleerd te evalueren in welke toestand het veen zich bevindt.

  

De Zegge blijkt nog veel kwetsbaarder dan eerder gedacht

Als we de gezondheid van het veen in De Zegge met de Europese database vergelijken, dan valt op dat de verdroging in De Zegge al tot aanzienlijke moleculaire schade heeft geleid, vooral in de zones waar de watertafel door drainage en droogte sterk is gaan schommelen. Dit proces van veraarding of inklinking verloopt meestal gradueel, maar in De Zegge blijkt er meer aan de hand: enkele maanden na de exteem droge zomer van 2018 bleek het veen op twee locaties van enkele tientallen vierkante meters heel plots in te zakken: over het verloop van slechts enkele weken veranderde het veen in een modderige zwarte pap, en onstonden er plotse verzakkingen in het gebied.

Drone-gebaseerde Laser metingen (LIDAR) tonen bovendien aan dat die ingezakte zones zich sindsdien nog hebben uitgebreid, en broeikasgasmetingen tonen aan dat hierbij een substantiele hoeveelheid bodemkoolstof verloren is gegaan. Ook de bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit is helemaal veranderd op de ingezakte locaties. Zo’n extreem snelle veendegradatie, ook wel ‘sudden peat collapse’ genoemd, was tot 2018 enkel waargenomen in kustmoerassen, waar het zwavelrijke oceaanwater een soort kettingreactie van afbraakprocessen in gang kan zetten.

KU Leuven Campus Geel onderzocht het fenomeen voor de Zegge en vond opvallende gelijkenissen: hoewel de Zegge nu ver van de kust verwijderd is, zijn de 3 miljoen jaar oude zanden van Kasterlee en Diest waarop het veen rust van mariene oorsprong. De zwavelcomponenten in die mariene zanden zijn in normale omstandigheden netjes aan de bodem gebonden en daardoor niet schadelijk, maar bij te hoge nitraatwaardes in het grondwater kunnen ze vrijkomen. Het onderzoek heeft aangetoond dat dat inderdaad het geval is in De Zegge, en dat die zwavelcomponenten een gelijkaardige kettingreactie - een sudden collapse of plotse inzakking - kunnen veroorzaken. Dat nitraat komt met het kwelwater uit het omliggende inzijggebied terecht in het zuidelijke en westelijke deel van De Zegge.

 

Eerst water, de rest komt later

De combinatie van steeds sterker fluctuerende grondwatertafels en een nog steeds te hoge nitraatvracht uit de omliggende inzijggebieden maakt dat het veen in de Zegge op een kantelpunt is beland, en dat onmiddellijk moet ingegrepen worden om de versnelde afbraak een halt toe te roepen. Gelukkig biedt het onderzoek daar ook concrete handvaten voor: aanvullend experimenteel onderzoek op veenkernen in het labo toont immers duidelijk aan dat de bovengenoemde kettingreactie voornamelijk plaatsvindt als de grondwatertafel onnatuurlijk hard schommelt. Op locaties waar het grondwater stabiel aan het maaiveld blijft, doet het fenomeen zich niet voor en is de impact van de vervuiling op het gebied kleiner.

De oplossing is dus simpel, maar bijzonder urgent: het ecohydrologische herstel moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd om alle veendegradatieprocessen in de Zegge een halt toe te roepen. Om de weerbaarheid van de Zegge opnieuw op te krikken moet bovendien de nitraatvracht in het kwelwater naar beneden. 

 

Op 19 mei 2026 verdedige Keunbae Kim succesvol zijn doctoraat aan de KU Leuven. Zijn proefschrift focust op bodemdegradatie en ondergrondse koolstofdynamiek in veengebieden, getiteld "Disturbance Legacies and Post-Disturbance Trajectories of Belowground Carbon Dynamics in Peatland". Dit artikel werd sterk vereenvoudigd om de leesbaarheid te verhogen. Wil je de details lezen dan kan je de wetenschappelijke tekst opvragen via de bibliotheek van KU Leuven. 

 

Meer nieuws

Blijf op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je in

Vaak gestelde vragen

Hydrologisch herstelproject

Waarom wordt de beslissing over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) als motivering voor de noodzaak tot vernatten aangehouden, terwijl de onderbouwing en oplossingsrichtingen van het stikstofdecreet door een aantal partijen juridisch aangevochten worden en het decreet mogelijk vernietigd wordt?

De PAS voorziet naast de maatregelen gericht op emissiereductie ook een programma en budgetten voor natuurherstel en bijhorend flankerend beleid (PAS-stikstofsanering). Dit programma en budget dient om de maatregelen die genomen moeten worden om de in 2014 vastgestelde Natura 2000-doelen te realiseren tegen 2050 via geïntegreerde gebiedsprojecten uit te voeren. 


Het stikstofdecreet en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) bepalen deze doelen niet. Ook bij een eventuele vernietiging van (delen van) het stikstofdecreet, blijven de Natura 2000-doelen van toepassing en moeten ze gerealiseerd worden. Het omgevingsbeleid blijft dus gericht op het realiseren van de in 2014 vastgestelde Natura 2000-doelen, zoals ook reeds het geval was voor de goedkeuring van de PAS.

 

De Europese natuurherstelverordening verplicht de lidstaten bovendien ook om werk te maken van dit natuurherstel en in het bijzonder voor gedegradeerde veengebieden. Daarnaast verplicht de Europese LULUCF-verordening lidstaten ook om via landgebruik en landgebruikswijzigingen netto méér koolstof in de bodem op te slaan dan uit te stoten, onder meer door herstel van veengebieden die grote koolstofvoorraden bevatten die bij verdroging vrijkomen in de atmosfeer. Een eventuele vernietiging van (delen van) het stikstofdecreet wijzigt ook die verplichtingen niet en zal de de opgave voor het gebied op vlak van herstel van natte natuur en veengebieden niet wijzigen.

0 0
lees meer

Landbouweffecten

Wie is de opdrachtgever van het LER aan wie de individuele bedrijfsfiches bezorgd worden?

Opdrachtgever voor het LER is het entiteitsoverschrijdend projectteam (EOP) van het beleidsdomein Omgeving dat de opdracht heeft om het hydrologisch herstelplan en het flankerend beleid uit te werken. Het bestaat uit Departement Omgeving, Agentschap voor Natuur en Bos, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Vlaamse Landmaatschappij en Vlaamse Milieumaatschappij.

 

0 0
lees meer

Hydrologisch herstelproject

Waarom is hydrologisch herstel nodig?

De manier waarop de ruimte in de vallei van de Kleine Nete vandaag is ingericht en gebruikt wordt is niet duurzaam. De voorspelde schokken als gevolg van klimaatverandering met afwisselende periodes van lange droogte en intense regenval manifesteren zich ondertussen volop, met steeds sneller weerkerende en grotere schade aan landbouw én natuur tot gevolg. De toestand in de regio was de afgelopen jaren een aantal keren bijzonder kritiek en verschillende crisissituaties volgden elkaar snel op. De tot op heden geleverde inspanningen om tot een veerkrachtig valleisysteem te komen dat in staat is deze schokken op te vangen, zijn onvoldoende gebleken en (reeds lang geleden) beleidsmatig vooropgestelde doelen inzake waterkwaliteit en te herstellen natte natuur konden (nog) niet gerealiseerd worden. 

 

 

De ruimteclaims vanuit wonen en werken (incl. landbouw) zetten het fysisch systeem blijvend onder druk zodat het noodzakelijk hydrologisch herstel van het valleisysteem niet of onvoldoende gerealiseerd wordt. Europese richtlijnen en verordeningen verplichten ons echter om de problemen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies grondig aan te pakken. Het gaat dan bv. om de Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water, de LULUCF-verordening (met als doel meer koolstof vast te leggen dan uit te stoten door landgebruik, veranderingen in landgebruik en bosbouw) en de Natuurherstelverordening. 

 

De landbouwontwikkelingen van de laatste 75 jaar hebben een enorme impact gehad op het bodem- en watersysteem van de Kempen en het Netebekken: decennia lang is ingezet op het droogleggen van natte gebieden, aanleggen van drainagegrachten, rechttrekken en verdiepen van rivieren… om van nature voor voedselproductie weinig geschikte gebieden en bodems in landbouwgebruik te brengen. Dit heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de economische ontwikkeling en welvaart van de regio, maar heeft ook gigantische repercussies voor het bodem- en watersysteem en de biodiversiteit. Het doorgedreven systeem van continue drainage in combinatie met het verlies aan infiltratiemogelijkheden leidt tot grote waterverliezen en een sterk verstoorde waterbalans. Grote hoeveelheden van het beschikbaar hemelwater (i.c. 57%) blijken onmiddellijk afgevoerd te worden en gaan verloren. Om tot een weerbaar systeem te komen, moeten deze verliezen significant teruggedrongen worden. Enerzijds door de afvoer te beperken en water beter vast te houden en te laten infiltreren, anderzijds door het waterverbruik te verminderen. Deze waterverliezen zullen bij ongewijzigd beleid immers tot structurele problemen en schade leiden aan de economie, de voedselproductie en de natuur.  

 

Het huidige landgebruiksmodel overschrijdt dus de ruimtelijke en ecologisch draagkracht van het fysisch systeem wat leidt tot onomkeerbare schade aan het bodem- en watersysteem. Het natuurlijk herstellende vermogen van fysisch systeem komt in het gedrang en een aantal regulerende en voorzienende ecosysteemdiensten zijn niet meer verzekerd. Ondergrondse watervoorraden raken uitgeput of zijn in slechte toestand. 

 

In het beleidsadvies Weerbaar Waterland (dat naar aanleiding van de Waterbom uit 2021 opgesteld werd) stellen de experten dat de toenemende kwetsbaarheid voor droogte en overstromingen tot onaanvaardbaar hoge maatschappelijke en economische kosten zal leiden en dat het nodig is om de natuurlijke werking van het watersysteem in elk bovenstrooms landschap en in elke vallei te herstellen, water ruimte te geven en overal maximaal vast te houden. 

 

De klimaatopgave noodzaakt dus tot een grootschalige en doorgedreven landschappelijke transformatie op verschillende schaalniveaus waarbij het fysisch systeem sturend is en socio-economische ontwikkelingen enkel binnen de draagkracht van dat systeem mogelijk zijn en zonder het ecologisch functioneren van dat systeem te hypothekeren. Principes als behoud en herstel van bodemvruchtbaarheid, het veilig stellen van hulpbronnen zoals zoetwatervoorraden en sluiten van agro-ecologische kringlopen zijn daarbij van kapitaal belang. Hydrologisch herstel op landschapsniveau betekent een toekomstbeeld met opnieuw meanderende, ondiepe rivieren en beken die niet te diep ontwateren en geen droogteschade voor landbouw en natuur veroorzaken, het herstel van de sponswerking van de bodem, het vrijwaren van de waterbergingscapaciteit van nature overstroombare valleien en het herstel van wetlands en veengebieden… 

 

De land- en tuinbouw – die de dominante en overheersende ruimtegebruiker binnen de open ruimte is in de regio - staat daardoor voor een belangrijke transitieopgave waarbij bepaalde van de vandaag dominante voedselproductiesystemen zullen moet evolueren naar meer circulaire, agro-ecologische en regeneratieve vormen met een kleiner beslag op de open ruimte en naar een landbouwgebruiksmodel waarbij er meer ruimte gevrijwaard voor ecologische processen zoals waterberging en waterinfiltratie en meer ruimte gegeven wordt aan rivieren, wetlands en natte natuurcomplexen. 

 

Het landgebruik voor voedselproductie moet (opnieuw) beter afgestemd worden op de kenmerken van het fysisch systeem zonder schade te veroorzaken aan essentiële regulerende ecosystemen en het bodem- en watersysteem. Binnen die context is het duidelijk dat een maatschappelijk debat over krimp van de veestapel in de regio, een verdere ruimtelijke differentiatie van het landbouwgebruik op basis van de kwetsbaarheden van het biofysisch systeem en een transitie naar andere en duurzamere vormen van voedselproductie aan de orde zijn. 

 

Om de schokken als gevolg van klimaatverstoring te kunnen opvangen is het nodig dat in elke regio de nodige maatregelen genomen worden op vlak klimaatmitigatie (meer koolstofopslag dan uitstoot door landgebruikswijzigingen) en klimaatadaptatie (regio weerbaar tegen droogte en overstromingen). Het zou maatschappelijk onverantwoord zijn deze problemen niet aan te pakken. Het valleiherstel is nodig in het algemeen publiek belang vanuit een visie op lange termijn en primeert bijgevolg in een aantal gebieden op de individuele private economische kortetermijnbelangen van landbouwbedrijven waarvoor een billijk flankerend beleid voorzien wordt als ze hun bedrijfsvoering moeten aanpassen of stopzetten. 

0 0
lees meer

Waterbeheer

Wat is de invloed op de grondwaterpeilen in De Zegge en Olens Broek van de grondwaterwinningen van het bedrijf UMICORE?

UMICORE pompt water op uit diepere grondwaterlagen. Deze pompactiviteiten hebben op zich beperkte invloed op de grondwaterstanden in Olens Broek of De Zegge en zijn door de overheid opgelegd in het kader van een bodemsaneringsproject (opgevolgd door OVAM) om verspreiding van de historische verontreinigingen in de bodem onder het bedrijfsterrein tegen te gaan.

 

Uit een studie uit 2003 blijkt dat het theoretisch benodigd debiet voor het verspreiden van de verontreiniging gelijk is aan ca. 3.7 miljoen m³/jaar. Dit rapport werd na 10 jaar geëvalueerd, waaruit bleek dat de, op dat moment opgepompte debieten te hard gedaald waren om verdere verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan. Op basis hiervan werd het noodzakelijk op te pompen volume terug opgetrokken tot 2.8 miljoen m³/jaar. Dit volume is dus noodzakelijk om verspreiding van historische vervuiling via grondwater tegen te gaan. Ze wordt continu opgevolgd en geëvalueerd via grondwatermodellering in samenspraak met OVAM en volumes worden zo nodig bijgesteld.

 

Bij de opmaak van het model voor de ecohydrologische studie werden er waterbalansen opgemaakt om de na gaan welke ingrepen impact hebben op het lokale grondwatersysteem. Uit deze analyse blijkt dat de impact van verliezen te wijten aan de grote grondwaterwinningen in het invloedsgebied van de Natura 2000-gebieden zeer beperkt is (slechts 2% van de totale waterverliezen in het modelgebied).

0 0
lees meer

Waterbeheer

Zijn de grondwaterkwaliteitsnormen voor fosfor in het natuurgebied van De Zegge strenger dan de drinkwaternorm? 

Er zijn binnen het huidig wettelijk kader géén andere of strengere milieukwaliteitsnormen voor het grond- of oppervlaktewater voor het natuurgebied De Zegge. 

 

Er is ook geen drinkwaternorm voor fosfor (P) bepaald. Er zijn wel drinkwaternormen voor nitraat (50 mg/l) en voor nitriet (0.5 mg/l) bepaald en een indicatorwaarde voor ammonium (0.5 mg/l). 


De milieukwaliteitsnormen voor grondwater zijn opgenomen in VLAREM in bijlage 2.4.1. De grondwaterkwaliteitsnorm voor (ortho)fosfaat (PO4---) is 1.34 mg/l , voor nitraat (NO3-) is de norm 50 mg/l , voor nitriet (NO2-) 0.1 mg/l en voor ammonium (NH4+) 0.5 mg/l.

 

In recent wetenschappelijk onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Herr et. al. INBO, 2024) (https://doi.org/10.21436/inbor.107856296) wordt aangeven welke de wenselijke concentraties en grenswaarden voor bepaalde nutriënten zijn voor bepaalde habitattypes. Deze wenselijke concentraties liggen volgens het advies van het INBO lager dan de huidige geldende milieukwaliteitsnormen voor grondwater. De inzichten uit dit wetenschappelijk onderzoek en advies van het INBO hebben tot op heden nog niet geleid tot een aanpassing van de wettelijke kwaliteitsnormen voor grond- en oppervlaktewater. Ze zijn uiteraard wél relevant voor het bepalen van de maatregelen nodig voor het realiseren van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitats van de Europese Natura 2000-gebieden.

0 0
lees meer

Ecohydrologische studie

Wat zijn de volgende stappen na de ecohydrologische studie?

Er is een Task Force opgericht onder voorzitterschap van de gouverneur die op basis van de inzichten en voorstellen vanuit de ecohydrologische studie concrete voorstellen voor de herinrichting van de vallei zal uitwerken volgens de drie voorgestelde stappen en fasering. Het verder detailonderzoek moet uitwijzen welk van de voorgestelde maatregelen effectief uitgevoerd kunnen worden zoals de studie voorstelt. Bij de concrete uitwerking kunnen zich immers bijkomende randvoorwaarden, beperkingen of opportuniteiten aandienen die tot aangepaste of andere voorstellen leiden. Waar nodig zullen de effecten opnieuw doorgerekend worden in de grond- en oppervlaktewatermodellen. 

 

In eerste instantie worden de voorgestelde acute maatregelen verder geëvalueerd. Er wordt nagegaan of ze effectief op korte termijn uitvoerbaar zijn zonder onaanvaardbare negatieve gevolgen voor het actuele landbouwgebruik op percelen in het agrarisch gebied die geen eigendom van de overheid zijn en/of niet vrij zijn van gebruik. 

 

Parallel worden de voorstellen voor de herinrichting op middellange (stap 2) en lange termijn (stap 3) verder in detail uitgewerkt. Er zal een ontwerp van inrichtingsnota opgesteld worden die aangeeft welke ingrepen nodig zijn en welke instrumenten ingezet kunnen worden om die te realiseren. Over het ontwerp van inrichtingsnota zal een openbaar onderzoek georganiseerd worden. Na de verwerking van de inspraakreacties, zal de inrichtingsnota voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering. De voorgenomen timing is dat dat openbaar onderzoek in de tweede helft van 2026 zal plaatsvinden.

 

De inrichtingsnota zal ook aangeven welk flankerend beleid er nodig is voor de huidige eigenaars en gebruikers in het gebied. Daarvoor wordt een landbouweffectenrapport opgemaakt. Het landbouweffectenrapport brengt voor elk van de betrokken landbouwbedrijven in beeld wat de impact is en welke flankerende of begeleidende maatregelen mogelijk of wenselijk zijn.

0 0
lees meer
Zoek in alle vragen en antwoorden

Heb je zelf een vraag?

Stel hier je vraag