Lees alle vragen en antwoorden
Overleg en inspraak
Worden de mensen uit de ruimere omgeving ook op de hoogte gebracht van het project?
Er wordt in overleg met de betrokken lokale besturen nagegaan op welke wijze de communicatie naar het brede publiek over het project de komende tijd verder vorm kan krijgen, onder meer via deze website, de website www.kleinenete.be en bijkomende communicatie-initiatieven zoals infowandelingen of -avonden. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor de digitale nieuwsbrief.
Op de webpagina over het project voorzien we bovendien regelmatig updates. Wie vragen heeft en meer toelichting wenst, kan contact opnemen via info@kleinenete.be.
Schrijf je in op de nieuwsbrief
Hydrologisch herstelproject
Wat is het nut van behoud en herstel veengebieden?
Veengebieden spelen een belangrijke rol bij de wereldwijde klimaatregulering en het voorkomen van overstromingen en droogte. Niet-ontwaterde veengebieden vertonen een sterke sponswerking waardoor piekafvoeren bij extreme regenval worden vertraagd en de kans op overstromingen afneemt. Bovendien beschikken veengebieden over de bijzondere capaciteit om grote hoeveelheden CO2 op te slaan in de veenbodem.
Veengrond ontstaat als plantenresten niet vergaan, maar onder water, afgesloten van zuurstof, dikke lagen vormen. Een traag proces wat eeuwen duurt. Veengebieden op het noordelijk halfrond tellen 3 tot 5% van het totale landoppervlak en bevatten ongeveer 33% van de wereldwijde bodemkoolstof. Daarom hebben veengebieden een sterk natuurlijk potentieel om koolstof te besparen en spelen ze een belangrijke rol in de op de natuur gebaseerde oplossingen voor klimaatverandering.
Veengebieden staan echter wereldwijd onder druk en dreigen zelfs te verdwijnen door verschillende factoren zoals drainage ten behoeve van landbouw, veenontginning of waterverontreiniging. Bij verlaging van de grondwaterstand, bij afgraven van het veen en/of een verhoogde aanvoer van voedingsstoffen, kan het verlies van veen versnellen en daarbij een grote bron voor uitstoot van CO2 vormen. Wanneer veengebieden droog komen te staan, komt de goed bewaarde koolstof dus vrij als broeikasgassen in de atmosfeer. Sinds halfweg de twintigste eeuw is ruim 90 procent van de Vlaamse venen verloren gegaan door droogleggingsprojecten. Het gevolg hiervan is dat veel veengebieden nu vooral koolstof uitstoten i.p.v. op te slaan. Een verdere degradatie moet daarom voorkomen worden en meer herstel van resterende veengebieden moet aangemoedigd worden.
De Europese LULUCF-verordening legt op dat landgebruikswijzigingen netto moeten bijdragen aan het bijkomend opslaan van CO2. Samen met veen en natte natuur vormen wetlands de grootste opslag van bodemkoolstof per hectare. Het is belangrijk om deze koolstofhotspots te behouden, te beschermen en uit te breiden door vernatting. Dat kan door grondwaterstanden te behouden of te verhogen via peilbeheer, of door het gecontroleerd wegnemen van drainerende grachten of ondergrondse drainages. Oppervlakteveen en ondergronds diepveen is ook rijk aan koolstof, en moeten daarom maximaal behouden en beschermd worden.
In de vallei van de Kleine Nete wordt onder andere via het INTERREG-project ADMIRE aan veenbehoud en -herstel gewerkt. Meer weten over het belang van veen? Bekijk dan zeker deze filmpjes over veen en veenherstel.
Overleg en inspraak
Wie beslist over de uiteindelijke inrichting en bestemming van het gebied?
De Taks Force zal de voorstellen uitwerken in overleg met de begeleidingsgroep. Na een openbaar onderzoek over de ontwerp inrichtingsnota is het aan de Vlaamse Regering om een beslissing te nemen over de definitieve inrichtingsnota en het op te maken ruimtelijk uitvoeringsplan.
Ecohydrologische studie
Wat zijn de volgende stappen na de ecohydrologische studie?
Er is een Task Force opgericht onder voorzitterschap van de gouverneur die op basis van de inzichten en voorstellen vanuit de ecohydrologische studie concrete voorstellen voor de herinrichting van de vallei zal uitwerken volgens de drie voorgestelde stappen en fasering. Het verder detailonderzoek moet uitwijzen welk van de voorgestelde maatregelen effectief uitgevoerd kunnen worden zoals de studie voorstelt. Bij de concrete uitwerking kunnen zich immers bijkomende randvoorwaarden, beperkingen of opportuniteiten aandienen die tot aangepaste of andere voorstellen leiden. Waar nodig zullen de effecten opnieuw doorgerekend worden in de grond- en oppervlaktewatermodellen.
In eerste instantie worden de voorgestelde acute maatregelen verder geëvalueerd. Er wordt nagegaan of ze effectief op korte termijn uitvoerbaar zijn zonder onaanvaardbare negatieve gevolgen voor het actuele landbouwgebruik op percelen in het agrarisch gebied die geen eigendom van de overheid zijn en/of niet vrij zijn van gebruik.
Parallel worden de voorstellen voor de herinrichting op middellange (stap 2) en lange termijn (stap 3) verder in detail uitgewerkt. Er zal een ontwerp van inrichtingsnota opgesteld worden die aangeeft welke ingrepen nodig zijn en welke instrumenten ingezet kunnen worden om die te realiseren. Over het ontwerp van inrichtingsnota zal een openbaar onderzoek georganiseerd worden. Na de verwerking van de inspraakreacties, zal de inrichtingsnota voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering. De voorgenomen timing is dat dat openbaar onderzoek in de tweede helft van 2026 zal plaatsvinden.
De inrichtingsnota zal ook aangeven welk flankerend beleid er nodig is voor de huidige eigenaars en gebruikers in het gebied. Daarvoor wordt een landbouweffectenrapport opgemaakt. Het landbouweffectenrapport brengt voor elk van de betrokken landbouwbedrijven in beeld wat de impact is en welke flankerende of begeleidende maatregelen mogelijk of wenselijk zijn.
Waterbeheer
Zijn de grondwaterkwaliteitsnormen voor fosfor in het natuurgebied van De Zegge strenger dan de drinkwaternorm?
Er zijn binnen het huidig wettelijk kader géén andere of strengere milieukwaliteitsnormen voor het grond- of oppervlaktewater voor het natuurgebied De Zegge.
Er is ook geen drinkwaternorm voor fosfor (P) bepaald. Er zijn wel drinkwaternormen voor nitraat (50 mg/l) en voor nitriet (0.5 mg/l) bepaald en een indicatorwaarde voor ammonium (0.5 mg/l).
De milieukwaliteitsnormen voor grondwater zijn opgenomen in VLAREM in bijlage 2.4.1. De grondwaterkwaliteitsnorm voor (ortho)fosfaat (PO4---) is 1.34 mg/l , voor nitraat (NO3-) is de norm 50 mg/l , voor nitriet (NO2-) 0.1 mg/l en voor ammonium (NH4+) 0.5 mg/l.
In recent wetenschappelijk onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Herr et. al. INBO, 2024) (https://doi.org/10.21436/inbor.107856296) wordt aangeven welke de wenselijke concentraties en grenswaarden voor bepaalde nutriënten zijn voor bepaalde habitattypes. Deze wenselijke concentraties liggen volgens het advies van het INBO lager dan de huidige geldende milieukwaliteitsnormen voor grondwater. De inzichten uit dit wetenschappelijk onderzoek en advies van het INBO hebben tot op heden nog niet geleid tot een aanpassing van de wettelijke kwaliteitsnormen voor grond- en oppervlaktewater. Ze zijn uiteraard wél relevant voor het bepalen van de maatregelen nodig voor het realiseren van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitats van de Europese Natura 2000-gebieden.
Overleg en inspraak
Hebben landbouwers en grondeigenaars inspraak in het project?
Landbouwers worden geïnformeerd over het voorgenomen project en bevraagd via de opmaak van het landbouweffectenrapport.
Overheidsplannen worden uitgewerkt conform de daarvoor decretaal vastgestelde inspraakprocedures. De opmaak van de inrichtingsnota en het ruimtelijk uitvoeringsplan voorziet een aantal formele participatiemomenten, publieke consultaties en openbare onderzoeken waar álle eigenaars en gebruikers de mogelijkheid hebben tot het formuleren van inspraakreacties, opmerken of bezwaren.
Het verder uitwerken van de plannen wordt opgevolgd door een begeleidingsgroep met vertegenwoordigers van de lokale besturen, de natuur- en landbouworganisaties en aantal vertegenwoordigers vanuit de in het gebied betrokken landbouwers en natuurbeheerders. Informatie over het project voor het brede publiek wordt gepubliceerd via www.kleinenete.be.
Naast het hydrologisch herstelplan zal ook werk gemaakt worden van een landbouwinnovatietraject waarin nagaan werd welke andere vormen van landbouw er mogelijk zijn in gebieden met hogere grondwaterstanden of frequentere overstromingen.
Grondaankopen
Waarom koopt VLM nu al gronden aan in het landbouwgebied?
In de vallei van de Kleine Nete is er een grote ruimtelijke opgave om de regio weerbaar te maken tegen de gevolgen van klimaatverstoring, de waterkwaliteit te verbeteren, de vastlegging van koolstof in veengebieden te verzekeren en de achteruitgang van de biodiversiteit in Europees beschermde gebieden te stoppen. Dat impliceert dat er belangrijke landgebruikswijzigingen en herinrichtingswerken nodig zijn. Om die te realiseren is grond nodig.
Het Agentschap voor Natuur en Bos en de Vlaamse Landmaatschappij kopen daarom gronden aan in functie van het inrichten van natte natuurkernen in de Natura 2000-gebieden en het opbouwen van een reserve aan ruilgronden voor landbouwers in agrarisch gebied.
In 2020 gaf de Vlaamse Regering in het kader van de beslissing over het plan van aanpak voor De Zegge de opdracht aan VLM, ANB en VMM om – in afwachting van de ecohydrologische studie en beslissingen over de herinrichting van het gebied – wél in te gaan op aankoopopportuniteiten in het gebied. Het Agentschap voor Natuur en Bos koopt gronden in natuur- en bosgebied om het nodige natuurherstel te realiseren. De Vlaamse Landmaatschappij voert vooral een flankerend en bewarend grondbeleid.
Dit bewarend grondbeleid door het Vlaams Gewest is te verantwoorden gezien de grote mate van waarschijnlijkheid dat de toekomstmogelijkheden voor landbouw zullen wijzigen. Op die manier wordt maximaal vermeden dat er nieuwe landbouwbedrijfsactiviteiten of nieuwe zonevreemde functies op vrijkomende landbouwpercelen of -gebouwen ontwikkelen en dergelijke ontwikkelingen het hydrologisch herstel hypothekeren.
VLM koopt enkel pachtvrije gronden en bedrijfszetels op vraag van de betrokken eigenaars. In afwachting van een beslissing over de bestemming of herinrichting van het gebied kunnen de gronden in principe in landbouwgebruik blijven, doorgaans via een jaarlijkse pacht aan landbouwers. Indien de gronden in de huidige situatie al minder geschikt of bruikbaar zouden zijn voor conventioneel landbouwgebruik of indien er opportuniteiten zijn voor het hydrologisch herstel zonder dat dat effecten heeft voor ander bestaand landbouwgebruik in het agrarisch gebied, kan VLM deze gronden kosteloos in beheer geven aan een geïnteresseerde landbouwer. Gronden die bruikbaar blijven voor landbouw, kunnen worden ingezet als ruilgrond voor landbouw
Waterbeheer
Hebben de maatregelen om de verdroging tegen te gaan ook een impact op andere eigenaars of gebruikers dan de landbouw?
Het herstel van de natuurlijke grondwaterpeilen in van nature tijdelijk of permanent natte gebieden die tot op heden kunstmatig gedraineerd en ontwaterd worden impliceert dat de grondwaterstanden opnieuw hoger komen te liggen en dat laaggelegen percelen weer tijdelijk of permanent natter zullen zijn. Dat kan een impact hebben op de huidige gebruiksmogelijkheden. Anderzijds zullen gewassen op hoger gelegen landbouwpercelen en habitats in natuurgebieden minder gevoelig worden voor droogtestress.
Via verder detailonderzoek zullen de effecten ten aanzien van de bestaande woningen en landgebruik verder in beeld worden gebracht en zullen waar nodig inrichtingsmaatregelen genomen worden om negatieve effecten door bv. overstromingen te vermijden.
Het herstel van de natuurlijke grondwaterstanden kan er in sommige gevallen toe leiden dat woningen die géén waterdichte kelder hebben te maken krijgen met grondwater dat in de kelder sijpelt. Eigenaars controleren daarom best de waterdichtheid van hun kelder. Is de kelder onvoldoende waterdicht? Laat deze dan preventief waterdicht maken. Eigenaars zijn steeds dus zelf verantwoordelijk voor het waterdicht maken van hun kelder.
Ecohydrologische studie
Wat onderzoekt de ecohydrologische studie?
De ecohydrologische studie is opgestart in 2020 en afgewerkt in 2024. De studie is uitgevoerd door studiebureau Witteveen+Bos in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB).
Het doel van de studie was om het grond- en oppervlaktewatersysteem voor de Natura 2000-gebieden van De Zegge-Mosselgoren en het Olens Broek in beeld te brengen via de opbouw van een model om de huidige grondwaterstanden en overstromingen te analyseren en om mogelijke oplossingsrichtingen uit te werken voor een duurzaam herstel van de grondwaterafhankelijke Europees beschermde natuur.
Lees hier meer over de resultaten van de ecohydrologische studie.
Raadpleeg de ecohydrologische studie
Grondaankopen
Hoe komt het dat de VLM al bij sommige landbouwers op bezoek geweest is en andere niet?
De Vlaamse Landmaatschappij heeft historisch gronden van Domein de Zegge in eigendom en contacten met landbouwers in het gebied rond de Zegge. De Vlaamse Regering gaf de VLM de opdracht om een bewarend grondbeleid te voeren en in te gaan op aankoopopportuniteiten.
Tijdens de opmaak van de ecohydrologische studie namen enkele landbouwers het initiatief om contact op te nemen met de VLM. Met een aantal landbouwers zijn gesprekken opgestart al dan niet met een vraag tot aankoop van percelen en/of bedrijven door het Vlaams Gewest.
Waar mogelijk is de VLM ingegaan op die vraag, waar dat nog niet is kunnen gebeuren zal dat nog gebeuren.
In het kader van het LER startte de bevraging vanaf 18 november 2024.
Landbouweffecten
Zal er nog landbouw mogelijk zijn in het gebied?
Op basis van de huidige inzichten vanuit de ecohydrologische studie zullen de grondwaterpeilen in de omgeving van de SBZ-deelgebieden Zegge-Mosselgoren en Olens Broek in de toekomst hoger liggen en zal de overstromingsfrequentie in de landbouwpolder tussen Kleine Nete en Roerdompstraat wellicht stijgen waardoor het gebied naar alle waarschijnlijkheid veel minder geschikt wordt voor de veevoedergewas- en akkerbouwteelten die er vandaag voorkomen.
Er is voorgesteld om een innovatietraject op te starten met een aantal kennisinstellingen en de landbouwsector om te onderzoeken of er andere vormen van landbouw mogelijk zijn in een nattere vallei, het is dus niet per definitie uitgesloten dat er nog een bepaalde vorm van landbouw mogelijk zal zijn voor zoverre die compatibel of verenigbaar is met de waterbergings- en bufferfunctie van de van nature overstroombare en natte valleigronden. Het is echter ook mogelijk dat uiteindelijk zal blijken dat er geen vormen van landbouwproductie mogelijk zijn. Het verder onderzoek en overleg zal dat moeten uitwijzen.
Overleg en inspraak
Wie zetelt in de Task Force voor het hydrologisch herstel van De Zegge?
De Task Force is samengesteld door vertegenwoordigers van de diensten van de gouverneur, de Dienst Integraal Waterbeheer van de provincie Antwerpen en het entiteitsoverschrijdend projectteam van het beleidsdomein Omgeving van de Vlaamse Overheid (bestaande uit Departement Omgeving, Agentschap voor Natuur en Bos, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Vlaamse Milieumaatschappij en Vlaamse Landmaatschappij).
Landbouweffecten
Zijn er andere opties voor landbouwbedrijven dan stopzetting?
In het landbouweffectenrappor (LER) zal per bedrijf nagegaan worden wat de impact is op de bedrijfsvoering als bepaalde gronden in de toekomst mogelijk niet meer gebruikt kunnen worden en hoe dat gecompenseerd kan worden. Opties zijn bv. het ruilen van percelen, vergoedingen voor waardeverlies, het sluiten van beheerovereenkomsten, meewerken aan omvormingsbeheer of beheerlandbouw…
Daarnaast wordt een innovatiegroep landbouwtransitie opgericht waarbij verschillende kennisinstellingen en organisaties samengebracht worden om na te gaan welke andere vormen van landbouw eventueel mogelijk zijn in gebieden met hogere grondwaterstanden en overstromingsfrequenties en welke bedrijven daar een economisch verdienmodel zouden rond kunnen ontwikkelen.
Hydrologisch herstelproject
Wat is er al beslist?
Het hydrologisch herstel van de vallei van de Kleine Nete rond De Zegge kadert in essentie binnen de uitvoering van Europese habitatrichtlijn uit 1992 die elke EU-lidstaat verplicht om de nodige maatregelen om bepaalde natuurlijke habitats in stand te houden binnen een coherent Europees ecologisch netwerk van speciale beschermingszones (SBZ's), Natura 2000 genaamd. In uitvoering van de richtlijn duidde de Vlaamse Regering deze speciale beschermingszones aan en legde ze via zgn. ‘instandhoudingsdoelen’ vast welke de vereisten zijn om deze habitats en soorten in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen tegen 2050.
Voor de speciale beschermingszones (SBZ) in de vallei van de Kleine Nete legde de Vlaamse Regering in 2014 deze doelen definitief vast. Dit besluit bepaalt onder meer dat er in het SBZ-deelgebied Zegge-Mosselgoren een laagveenmoeras van >300 ha hersteld moet worden en dat er in het SBZ-deelgebied Olens Broek een natte natuurkern van >150 ha hersteld moet worden.
De Vlaamse Regering besliste aanvullend daarop in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in 2023 dat – om deze Natura 2000-doelen te kunnen realiseren – als onderdeel van het luik “stikstofsanering” voor de habitatrichtlijngebieden met grondwaterafhankelijke habitats (waaronder deze in de Kleine Nete) via geïntegreerde totaalprojecten ingezet moet worden op het hydrologisch herstel op landschapsniveau waarbij dat hydrologisch herstel een vernatting impliceert waarvoor er zowel binnen als buiten de speciale beschermingszones maatregelen zullen zijn. Het voorgestelde hydrologisch herstel van De Zegge voert deze beslissing uit.
Begin 2024 keurde de Vlaamse Regering een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan goed voor (delen van) de vallei van de Kleine Nete waarbij binnen de SBZ-deelgebieden Zegge-Mosselgoren en Olens Broek de nodige oppervlakte natuurbestemmingen vastgelegd werden voor de realisatie van de Natura 2000-doelen.
Over de concrete bestemming en inrichting van de omliggende (landbouw)gebieden langs de Kleine Nete is nog géén beslissing genomen. De concrete voorstellen daarvoor zullen via de verdere uitwerking van het hydrologisch herstelplan en de inrichtingsnota de komende twee jaar verder vorm moeten krijgen. Wel is duidelijk dat die voorstellen uitvoering zullen moeten passen binnen de beleidsbeslissingen over de Natura 2000-doelen en de PAS-stikstofsanering.
Waterbeheer
Wat is een peilbesluit en waarom wordt zo'n besluit opgemaakt voor het gebied rond De Zegge?
Met peilbeheer beïnvloeden we het oppervlaktewater en onrechtstreeks ook de grondwaterstanden in een afgebakend gebied. Dat gebeurt via regelbare constructies, zoals pompen en stuwen, op onbevaarbare waterlopen en grachten. Peilbeheer is vooral belangrijk in vlakke gebieden waar pompgemalen en stuwen het peil in een gebied bepalen.
In heel wat gebieden werken waterbeheerders aan de opmaak peilbesluiten. Het zijn juridisch verankerde afspraken voor beter peilbeheer op onbevaarbare waterlopen en grachten. Zo pakken we verdroging aan en houden we het water zoveel mogelijk vast volgens de noden in een gebied. Volgens een ministerieel besluit is het gebied van De Zegge is één van de 26 prioritaire gebieden waarvoor zo'n peilbesluit op korte termijn moet opgemaakt worden. De waterbeheerders zijn daardoor verplicht om binnen een bepaalde termijn een ontwerp peilbesluit voor goedkeuring voor te leggen aan de minister.
Droogleggingsprojecten voor landbouw via regelbare constucties zijn omgevingsvergunningsplichtig (rubriek 65 VLAREM II), behalve als ze in overeenstemming zijn met een goedgekeurd peilbesluit. Het droogleggingsproject voor landbouw in de Zeggepolder beschikt vandaag niet over de nodige vergunningen. Via het op te maken peilbesluit zullen de toekomstige peilen op de waterlopen in het gebied vastgelegd worden en zal dus bepaald worden hoe welke peilen via de regelbare constructies (stuwen, pompgemalen...) in het gebied aangehouden moeten worden.
Meer informatie over de opmaak van peilbesluiten lees je op de website Peilbeheer van de VMM.
In januari 2026 is de oriëntatienota voor de opmaak van het peilbesluit afgewerkt en voor advies voorgegeld aan de in de regelgeving bepaalde adviserende instanties. Na de verwerking van de adviezen volgt de opmaak van het ontwerpbesluit. Over dat ontwerp peilbesluit zal wellicht in de tweede helft van 2026 een openbaar onderzoek georganiseerd kunnen worden.
Hydrologisch herstelproject
Zal het project sowieso doorgaan, ongeacht wat er uit het LER of andere nota’s komt?
Het hydrologisch herstel kadert binnen een reeks eerder genomen beleidsbeslissingen. De resultaten van het LER zullen hier geen invloed op hebben. Inzichten uit het LER kunnen wel de fasering en/of uitwerking van de concrete maatregelen mee vorm gaan geven. Ze zullen ook de basis vormen voor het uitwerken van een flankerend beleid, ondersteuning of milderende maatregelen op maat van de betrokken bedrijven.
Ecohydrologische studie
Wat zijn de resultaten van de ecohydrologische studie?
Uit de ecohydrologische studie blijkt dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden te laag zijn om de grondwaterafhankelijke habitats in stand te kunnen houden. Dat is het gevolg van de wijze waarop het waterbeheer sinds de ontginning van het Geels Gebroekt in de jaren 1950 gevoerd wordt. De rechttrekking en verdieping van de Kleine Nete gecombineerd met het systeem van ontwateringsgrachten en pompen dat dient om de grondwaterpeilen kunstmatig laag te houden in het landbouwgebied heeft ervoor gezorgd dat ook de grondwaterpeilen in natuurgebieden te laag zijn komen te liggen en er een probleem van verdroging is.
Via het model kan nagegaan worden het effect van bepaalde ingrepen in het waterbeheer op de grondwaterstanden in de Natura 2000-gebieden en op de overstromingen in de vallei. Uitgaande van de grondwaterstanden die nodig zijn om de natuur te herstellen en in stand te kunnen houden, zijn voorstellen van maatregelen uitgewerkt waarmee de grondwaterpeilen in de natuurgebieden hersteld worden en opnieuw voldoende hoog blijven. Maatregelen zijn bv. aanpassingen aan de kunstwerken (dijken, stuwen, pompen…), aan de waterlopen zelf (aanpassen van de loop of ver(on)diepen) of aan de drainage van percelen.
Niet alleen de grondwaterpeilen spelen een rol. Ook frequente overstromingen met voor de natuur te nutriëntrijk water zorgen voor onomkeerbare schade aan de vegetatie. Door de huidige inrichting krijgen de natuurgebieden bovendien disproportioneel veel overstromingswater, terwijl grote delen van de nature overstroombare vallei en natuurlijke bergingsruimte niet aangesproken worden en door dijken en pompen meer gevrijwaard blijven van overstromingen. Zolang de waterkwaliteit niet voldoende verbetert moeten ook maatregelen genomen worden om overstromingen in de natuurgebieden te vermijden. Ook daar stelt de studie maatregelen voor voor en is de impact op de overstromingsfrequentie en -diepte in de verschillende gebieden via het model doorgerekend.
De studie stelt een aanpak in drie stappen voor:
Stap 1. Het nemen van een aantal acute maatregelen op korte termijn om te vermijden dat er verdere onomkeerbare schade aan de natuur veroorzaakt wordt door overstromingen met te nutriëntrijk water.
Stap 2. Het uitvoeren van een aantal eerder technische ingrepen die ervoor zorgen dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden hersteld worden én tegelijk overstromingen met te nutriëntrijk water vermeden worden. In deze fase zal er vaker en meer water geborgen moeten worden in de laag gelegen landbouwpolder tussen de Kleine Nete en De Zegge.
Stap 3. Het realiseren van een hydrologisch herstel op landschapsniveau waarbij de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden voldoende hoog blijven én alle van nature overstroombare delen van de vallei – inclusief de laag gelegen natuurgebieden – opnieuw kunnen overstromen. Dat kan pas op het ogenblik dat de waterkwaliteit voldoende verbeterd is in functie van de kwetsbare natuur. In deze fase worden het natuurlijk valleisysteem met een meanderende en minder diepe Kleine Nete hersteld waarbij de rivier opnieuw ruimte krijgt om in haar vallei te overstromen.
Raadpleeg de ecohydrologische studie
Landbouweffecten
Zullen alle landbouwbedrijven in de landbouwpolder afgebroken worden?
In het kader van het bewarend grondbeleid gaat VLM maximaal in op vragen van bedrijven die hun bedrijfszetel vrijwillig wensen te verkopen. Na een eventuele verkoop gaat VLM geval per geval na wat de toekomstmogelijkheden voor deze gebouwen zijn. Indien blijkt dat die een beperkte of geen toekomstwaarde hebben voor nieuwe landbouwbedrijven (bv. omwille van de ligging in overstromingsgevoelig gebied, de nabijheid van kwetsbare natuur…) kan dat leiden tot het slopen van de bestaande gebouwen en het ontharden van de kavel.
Landbouweffecten
Wat houdt het landbouweffectenrapport in?
De ecohydrologische studie geeft een inzicht in de zones waar ‘effecten’ (hogere grondwaterstanden, frequentere overstromingen) op landbouw verwacht worden als gevolg van het beoogde hydrologisch herstel. Dat betekent dat dat een groot deel van deze zone na de ingrepen wellicht niet langer bruikbaar zal zijn voor veevoeder- en akkerbouwteelten.
Via het landbouweffectenrapport wordt nagegaan:
welke landbouwbedrijven deze gronden gebruiken;
wat de impact op de bedrijfsvoering van deze landbouwbedrijven is als deze gronden niet meer gebruikt zouden kunnen worden;
welke flankerende maatregelen voor elke van deze bedrijven mogelijk of wenselijk zijn. Flankerende maatregelen kunnen onder andere betekenen dat je ruilgrond krijgt, je de activiteit op een perceel (gefaseerd) stopzet, je een vergoeding ontvangt om de minderopbrengst te compenseren, je je landbouwbedrijf stopt of de bedrijfszetel verplaatst, dat de Vlaamse overheid gebouwen en gronden van je koopt …
Bekijk hier de toelichting voor landbouwers over het project en de opmaak van het landbouweffectenrapport van 13 november 2024 bij de opstart van het LER.
Bekijk de presentatie over de resultaten van het landbouweffectenrapport getoond aan de landbouwers op 24 november 2025:
Lees hier het eindrapport van het LER
Waterbeheer
Wat is de invloed op de grondwaterpeilen in De Zegge en Olens Broek van de grondwaterwinningen van het bedrijf UMICORE?
UMICORE pompt water op uit diepere grondwaterlagen. Deze pompactiviteiten hebben op zich beperkte invloed op de grondwaterstanden in Olens Broek of De Zegge en zijn door de overheid opgelegd in het kader van een bodemsaneringsproject (opgevolgd door OVAM) om verspreiding van de historische verontreinigingen in de bodem onder het bedrijfsterrein tegen te gaan.
Uit een studie uit 2003 blijkt dat het theoretisch benodigd debiet voor het verspreiden van de verontreiniging gelijk is aan ca. 3.7 miljoen m³/jaar. Dit rapport werd na 10 jaar geëvalueerd, waaruit bleek dat de, op dat moment opgepompte debieten te hard gedaald waren om verdere verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan. Op basis hiervan werd het noodzakelijk op te pompen volume terug opgetrokken tot 2.8 miljoen m³/jaar. Dit volume is dus noodzakelijk om verspreiding van historische vervuiling via grondwater tegen te gaan. Ze wordt continu opgevolgd en geëvalueerd via grondwatermodellering in samenspraak met OVAM en volumes worden zo nodig bijgesteld.
Bij de opmaak van het model voor de ecohydrologische studie werden er waterbalansen opgemaakt om de na gaan welke ingrepen impact hebben op het lokale grondwatersysteem. Uit deze analyse blijkt dat de impact van verliezen te wijten aan de grote grondwaterwinningen in het invloedsgebied van de Natura 2000-gebieden zeer beperkt is (slechts 2% van de totale waterverliezen in het modelgebied).
Grondaankopen
Welke gronden heeft de overheid reeds in eigendom in het gebied?
Het overzicht van de alle gronden en gebouwen in eigendom van overheden kan u raadplegen via deze webkaart.
U kan op een perceel klikken om na te gaan welke overheid eigenaar is. Deze kaart wordt jaarlijks geactualiseerd. Nieuwe aankopen zijn daarom niet onmiddellijk zichtbaar. Via de infoknop bij deze laag kan u nagaan welke toestand getoond wordt.
Grondaankopen
Heeft de overheid een recht van voorkoop in het gebied?
In bepaalde delen van de vallei van de Kleine Nete hebben bepaalde overheden een recht van voorkoop. Het recht van voorkoop is een wettelijk recht dat de houder van dat recht de mogelijkheid geeft om gronden en gebouwen die verkocht worden, bij voorrang op de kandidaat-koper aan te kopen, voor dezelfde prijs en onder dezelfde voorwaarden.
Als u wilt weten of er een Vlaams voorkooprecht van toepassing is op een bepaald perceel kunt u:
de digitale kaart met de ‘Vlaamse voorkooprechten’ raadplegen contact opnemen met een notaris. Die kan alle Vlaamse rechten van voorkoop die worden aangeboden, raadplegen via het e-voorkooploket.
Op onderstaande kaart zijn de percelen waarvoor een recht van voorkoop van toepassing is, ingekleurd. U kan klikken op het perceel om na te gaan welke voorkooprechten er gelden.
Overleg en inspraak
Wie zetelt in de begeleidingsgroep van het project?
De begeleidingsgroep wordt voorgezeten door de gouverneur. In de begeleidingsgroep zitten onder andere de gemeenten Geel, Kasterlee en Olen, een vertegenwoordiger van de Antwerpse deputatie, vertegenwoordigers van Boerenbond, Natuurpunt en KMDA, een vertegenwoordiging van de landbouwers uit de polder, Dienst Integraal Waterbeheer provincie Antwerpen, Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Landmaatschappij, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij, Agentschap voor Natuur en Bos, Agentschap Onroerend Erfgoed en Departement Omgeving.
Landbouweffecten
Kunnen landbouwbedrijven in het gebied nog nieuwe vergunningen krijgen?
Ja. Het aanvragen en verlenen van omgevingsvergunningen voor landbouwbedrijven in agrarisch gebied is mogelijk binnen de geldende randvoorwaarden (watertoets, passende beoordeling, VEN-toets…). Als er geen betekenisvolle aantasting van de soorten en habitats van de Natura 2000-gebieden is, er geen onvermijdbare en onherstelbare schade aan de natuur in VEN veroorzaakt wordt én de aanvraag geen negatieve gevolgen heeft voor het functioneren van het watersysteem, kunnen vergunning in principe afgeleverd worden. Vergunningen die daar niet aan voldoen, zullen geweigerd worden.