De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei.
2020
Vlaamse Regering keurt actieplan goed
2021-2024
Opmaak ecohydrologische studie
2024-2025
Opmaak landbouweffecten- rapport
2026
Opmaak inrichtingsnota
2027
Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota
Vanaf 2027
Start uitvoering herstelmaatregelen
Vaak gestelde vragen
Hydrologisch herstelproject
Wat is het nut van behoud en herstel veengebieden?
Veengebieden spelen een belangrijke rol bij de wereldwijde klimaatregulering en het voorkomen van overstromingen en droogte. Niet-ontwaterde veengebieden vertonen een sterke sponswerking waardoor piekafvoeren bij extreme regenval worden vertraagd en de kans op overstromingen afneemt. Bovendien beschikken veengebieden over de bijzondere capaciteit om grote hoeveelheden CO2 op te slaan in de veenbodem.
Veengrond ontstaat als plantenresten niet vergaan, maar onder water, afgesloten van zuurstof, dikke lagen vormen. Een traag proces wat eeuwen duurt. Veengebieden op het noordelijk halfrond tellen 3 tot 5% van het totale landoppervlak en bevatten ongeveer 33% van de wereldwijde bodemkoolstof. Daarom hebben veengebieden een sterk natuurlijk potentieel om koolstof te besparen en spelen ze een belangrijke rol in de op de natuur gebaseerde oplossingen voor klimaatverandering.
Veengebieden staan echter wereldwijd onder druk en dreigen zelfs te verdwijnen door verschillende factoren zoals drainage ten behoeve van landbouw, veenontginning of waterverontreiniging. Bij verlaging van de grondwaterstand, bij afgraven van het veen en/of een verhoogde aanvoer van voedingsstoffen, kan het verlies van veen versnellen en daarbij een grote bron voor uitstoot van CO2 vormen. Wanneer veengebieden droog komen te staan, komt de goed bewaarde koolstof dus vrij als broeikasgassen in de atmosfeer. Sinds halfweg de twintigste eeuw is ruim 90 procent van de Vlaamse venen verloren gegaan door droogleggingsprojecten. Het gevolg hiervan is dat veel veengebieden nu vooral koolstof uitstoten i.p.v. op te slaan. Een verdere degradatie moet daarom voorkomen worden en meer herstel van resterende veengebieden moet aangemoedigd worden.
De Europese LULUCF-verordening legt op dat landgebruikswijzigingen netto moeten bijdragen aan het bijkomend opslaan van CO2. Samen met veen en natte natuur vormen wetlands de grootste opslag van bodemkoolstof per hectare. Het is belangrijk om deze koolstofhotspots te behouden, te beschermen en uit te breiden door vernatting. Dat kan door grondwaterstanden te behouden of te verhogen via peilbeheer, of door het gecontroleerd wegnemen van drainerende grachten of ondergrondse drainages. Oppervlakteveen en ondergronds diepveen is ook rijk aan koolstof, en moeten daarom maximaal behouden en beschermd worden.
In de vallei van de Kleine Nete wordt onder andere via het INTERREG-project ADMIRE aan veenbehoud en -herstel gewerkt. Meer weten over het belang van veen? Bekijk dan zeker deze filmpjes over veen en veenherstel.
Waterbeheer
Wat is de invloed op de grondwaterpeilen in De Zegge en Olens Broek van de grondwaterwinningen van het bedrijf UMICORE?
UMICORE pompt water op uit diepere grondwaterlagen. Deze pompactiviteiten hebben op zich beperkte invloed op de grondwaterstanden in Olens Broek of De Zegge en zijn door de overheid opgelegd in het kader van een bodemsaneringsproject (opgevolgd door OVAM) om verspreiding van de historische verontreinigingen in de bodem onder het bedrijfsterrein tegen te gaan.
Uit een studie uit 2003 blijkt dat het theoretisch benodigd debiet voor het verspreiden van de verontreiniging gelijk is aan ca. 3.7 miljoen m³/jaar. Dit rapport werd na 10 jaar geëvalueerd, waaruit bleek dat de, op dat moment opgepompte debieten te hard gedaald waren om verdere verspreiding van de grondwaterverontreiniging tegen te gaan. Op basis hiervan werd het noodzakelijk op te pompen volume terug opgetrokken tot 2.8 miljoen m³/jaar. Dit volume is dus noodzakelijk om verspreiding van historische vervuiling via grondwater tegen te gaan. Ze wordt continu opgevolgd en geëvalueerd via grondwatermodellering in samenspraak met OVAM en volumes worden zo nodig bijgesteld.
Bij de opmaak van het model voor de ecohydrologische studie werden er waterbalansen opgemaakt om de na gaan welke ingrepen impact hebben op het lokale grondwatersysteem. Uit deze analyse blijkt dat de impact van verliezen te wijten aan de grote grondwaterwinningen in het invloedsgebied van de Natura 2000-gebieden zeer beperkt is (slechts 2% van de totale waterverliezen in het modelgebied).
Ecohydrologische studie
Wat zijn de resultaten van de ecohydrologische studie?
Uit de ecohydrologische studie blijkt dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden te laag zijn om de grondwaterafhankelijke habitats in stand te kunnen houden. Dat is het gevolg van de wijze waarop het waterbeheer sinds de ontginning van het Geels Gebroekt in de jaren 1950 gevoerd wordt. De rechttrekking en verdieping van de Kleine Nete gecombineerd met het systeem van ontwateringsgrachten en pompen dat dient om de grondwaterpeilen kunstmatig laag te houden in het landbouwgebied heeft ervoor gezorgd dat ook de grondwaterpeilen in natuurgebieden te laag zijn komen te liggen en er een probleem van verdroging is.
Via het model kan nagegaan worden het effect van bepaalde ingrepen in het waterbeheer op de grondwaterstanden in de Natura 2000-gebieden en op de overstromingen in de vallei. Uitgaande van de grondwaterstanden die nodig zijn om de natuur te herstellen en in stand te kunnen houden, zijn voorstellen van maatregelen uitgewerkt waarmee de grondwaterpeilen in de natuurgebieden hersteld worden en opnieuw voldoende hoog blijven. Maatregelen zijn bv. aanpassingen aan de kunstwerken (dijken, stuwen, pompen…), aan de waterlopen zelf (aanpassen van de loop of ver(on)diepen) of aan de drainage van percelen.
Niet alleen de grondwaterpeilen spelen een rol. Ook frequente overstromingen met voor de natuur te nutriëntrijk water zorgen voor onomkeerbare schade aan de vegetatie. Door de huidige inrichting krijgen de natuurgebieden bovendien disproportioneel veel overstromingswater, terwijl grote delen van de nature overstroombare vallei en natuurlijke bergingsruimte niet aangesproken worden en door dijken en pompen meer gevrijwaard blijven van overstromingen. Zolang de waterkwaliteit niet voldoende verbetert moeten ook maatregelen genomen worden om overstromingen in de natuurgebieden te vermijden. Ook daar stelt de studie maatregelen voor voor en is de impact op de overstromingsfrequentie en -diepte in de verschillende gebieden via het model doorgerekend.
De studie stelt een aanpak in drie stappen voor:
Stap 1. Het nemen van een aantal acute maatregelen op korte termijn om te vermijden dat er verdere onomkeerbare schade aan de natuur veroorzaakt wordt door overstromingen met te nutriëntrijk water.
Stap 2. Het uitvoeren van een aantal eerder technische ingrepen die ervoor zorgen dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden hersteld worden én tegelijk overstromingen met te nutriëntrijk water vermeden worden. In deze fase zal er vaker en meer water geborgen moeten worden in de laag gelegen landbouwpolder tussen de Kleine Nete en De Zegge.
Stap 3. Het realiseren van een hydrologisch herstel op landschapsniveau waarbij de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden voldoende hoog blijven én alle van nature overstroombare delen van de vallei – inclusief de laag gelegen natuurgebieden – opnieuw kunnen overstromen. Dat kan pas op het ogenblik dat de waterkwaliteit voldoende verbeterd is in functie van de kwetsbare natuur. In deze fase worden het natuurlijk valleisysteem met een meanderende en minder diepe Kleine Nete hersteld waarbij de rivier opnieuw ruimte krijgt om in haar vallei te overstromen.
Raadpleeg de ecohydrologische studie
Overleg en inspraak
Wie beslist over de uiteindelijke inrichting en bestemming van het gebied?
De Taks Force zal de voorstellen uitwerken in overleg met de begeleidingsgroep. Na een openbaar onderzoek over de ontwerp inrichtingsnota is het aan de Vlaamse Regering om een beslissing te nemen over de definitieve inrichtingsnota en het op te maken ruimtelijk uitvoeringsplan.
Hydrologisch herstelproject
Zal het project sowieso doorgaan, ongeacht wat er uit het LER of andere nota’s komt?
Het hydrologisch herstel kadert binnen een reeks eerder genomen beleidsbeslissingen. De resultaten van het LER zullen hier geen invloed op hebben. Inzichten uit het LER kunnen wel de fasering en/of uitwerking van de concrete maatregelen mee vorm gaan geven. Ze zullen ook de basis vormen voor het uitwerken van een flankerend beleid, ondersteuning of milderende maatregelen op maat van de betrokken bedrijven.
Waterbeheer
Hebben de maatregelen om de verdroging tegen te gaan ook een impact op andere eigenaars of gebruikers dan de landbouw?
Het herstel van de natuurlijke grondwaterpeilen in van nature tijdelijk of permanent natte gebieden die tot op heden kunstmatig gedraineerd en ontwaterd worden impliceert dat de grondwaterstanden opnieuw hoger komen te liggen en dat laaggelegen percelen weer tijdelijk of permanent natter zullen zijn. Dat kan een impact hebben op de huidige gebruiksmogelijkheden. Anderzijds zullen gewassen op hoger gelegen landbouwpercelen en habitats in natuurgebieden minder gevoelig worden voor droogtestress.
Via verder detailonderzoek zullen de effecten ten aanzien van de bestaande woningen en landgebruik verder in beeld worden gebracht en zullen waar nodig inrichtingsmaatregelen genomen worden om negatieve effecten door bv. overstromingen te vermijden.
Het herstel van de natuurlijke grondwaterstanden kan er in sommige gevallen toe leiden dat woningen die géén waterdichte kelder hebben te maken krijgen met grondwater dat in de kelder sijpelt. Eigenaars controleren daarom best de waterdichtheid van hun kelder. Is de kelder onvoldoende waterdicht? Laat deze dan preventief waterdicht maken. Eigenaars zijn steeds dus zelf verantwoordelijk voor het waterdicht maken van hun kelder.
De evolutie van de grondwaterstanden wordt gemonitord via een uitgebreid grondwatermeetnet met peilbuizen. De bestaande meetpunten van het grondwatermeetnet worden weergeven in dit geoloket:
In 2026 zal het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos bijkomende peilbuizen plaatsen in de vallei van de Kleine Nete in Geel, Kasterlee en Olen. Via deze peilbuizen zullen de effecten van de hydrologische herstelmaatregelen op de grondwaterstanden in het gebied opgevolgd kunnen worden. In de peilbuis zit een datalogger die twee maal per jaar (zowel in de zomer als in de winter) uitgelezen wordt. De meetgegevens zullen na verwerkingen en validatie publiek toegankelijk zijn via de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) (rubriek Grondwater > Grondwateronderzoek) en/of de WATINA-databank (mits login).
Heb je zelf een vraag?
Stel hier je vraag