De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei.
2020
Vlaamse Regering keurt actieplan goed
2021-2024
Opmaak ecohydrologische studie
2024-2025
Opmaak landbouweffecten- rapport
2026
Opmaak inrichtingsnota
2027
Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota
Vanaf 2027
Start uitvoering herstelmaatregelen
Vaak gestelde vragen
Overleg en inspraak
Worden de mensen uit de ruimere omgeving ook op de hoogte gebracht van het project?
Er wordt in overleg met de betrokken lokale besturen nagegaan op welke wijze de communicatie naar het brede publiek over het project de komende tijd verder vorm kan krijgen, onder meer via deze website, de website www.kleinenete.be en bijkomende communicatie-initiatieven zoals infowandelingen of -avonden. Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven voor de digitale nieuwsbrief.
Op de webpagina over het project voorzien we bovendien regelmatig updates. Wie vragen heeft en meer toelichting wenst, kan contact opnemen via info@kleinenete.be.
Schrijf je in op de nieuwsbrief
Hydrologisch herstelproject
Wat is er al beslist?
Het hydrologisch herstel van de vallei van de Kleine Nete rond De Zegge kadert in essentie binnen de uitvoering van Europese habitatrichtlijn uit 1992 die elke EU-lidstaat verplicht om de nodige maatregelen om bepaalde natuurlijke habitats in stand te houden binnen een coherent Europees ecologisch netwerk van speciale beschermingszones (SBZ's), Natura 2000 genaamd. In uitvoering van de richtlijn duidde de Vlaamse Regering deze speciale beschermingszones aan en legde ze via zgn. ‘instandhoudingsdoelen’ vast welke de vereisten zijn om deze habitats en soorten in een ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen tegen 2050.
Voor de speciale beschermingszones (SBZ) in de vallei van de Kleine Nete legde de Vlaamse Regering in 2014 deze doelen definitief vast. Dit besluit bepaalt onder meer dat er in het SBZ-deelgebied Zegge-Mosselgoren een laagveenmoeras van >300 ha hersteld moet worden en dat er in het SBZ-deelgebied Olens Broek een natte natuurkern van >150 ha hersteld moet worden.
De Vlaamse Regering besliste aanvullend daarop in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) in 2023 dat – om deze Natura 2000-doelen te kunnen realiseren – als onderdeel van het luik “stikstofsanering” voor de habitatrichtlijngebieden met grondwaterafhankelijke habitats (waaronder deze in de Kleine Nete) via geïntegreerde totaalprojecten ingezet moet worden op het hydrologisch herstel op landschapsniveau waarbij dat hydrologisch herstel een vernatting impliceert waarvoor er zowel binnen als buiten de speciale beschermingszones maatregelen zullen zijn. Het voorgestelde hydrologisch herstel van De Zegge voert deze beslissing uit.
Begin 2024 keurde de Vlaamse Regering een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan goed voor (delen van) de vallei van de Kleine Nete waarbij binnen de SBZ-deelgebieden Zegge-Mosselgoren en Olens Broek de nodige oppervlakte natuurbestemmingen vastgelegd werden voor de realisatie van de Natura 2000-doelen.
Over de concrete bestemming en inrichting van de omliggende (landbouw)gebieden langs de Kleine Nete is nog géén beslissing genomen. De concrete voorstellen daarvoor zullen via de verdere uitwerking van het hydrologisch herstelplan en de inrichtingsnota de komende twee jaar verder vorm moeten krijgen. Wel is duidelijk dat die voorstellen uitvoering zullen moeten passen binnen de beleidsbeslissingen over de Natura 2000-doelen en de PAS-stikstofsanering.
Landbouweffecten
Zal er nog landbouw mogelijk zijn in het gebied?
Op basis van de huidige inzichten vanuit de ecohydrologische studie zullen de grondwaterpeilen in de omgeving van de SBZ-deelgebieden Zegge-Mosselgoren en Olens Broek in de toekomst hoger liggen en zal de overstromingsfrequentie in de landbouwpolder tussen Kleine Nete en Roerdompstraat wellicht stijgen waardoor het gebied naar alle waarschijnlijkheid veel minder geschikt wordt voor de veevoedergewas- en akkerbouwteelten die er vandaag voorkomen.
Er is voorgesteld om een innovatietraject op te starten met een aantal kennisinstellingen en de landbouwsector om te onderzoeken of er andere vormen van landbouw mogelijk zijn in een nattere vallei, het is dus niet per definitie uitgesloten dat er nog een bepaalde vorm van landbouw mogelijk zal zijn voor zoverre die compatibel of verenigbaar is met de waterbergings- en bufferfunctie van de van nature overstroombare en natte valleigronden. Het is echter ook mogelijk dat uiteindelijk zal blijken dat er geen vormen van landbouwproductie mogelijk zijn. Het verder onderzoek en overleg zal dat moeten uitwijzen.
Waterbeheer
Hebben de maatregelen om de verdroging tegen te gaan ook een impact op andere eigenaars of gebruikers dan de landbouw?
Het herstel van de natuurlijke grondwaterpeilen in van nature tijdelijk of permanent natte gebieden die tot op heden kunstmatig gedraineerd en ontwaterd worden impliceert dat de grondwaterstanden opnieuw hoger komen te liggen en dat laaggelegen percelen weer tijdelijk of permanent natter zullen zijn. Dat kan een impact hebben op de huidige gebruiksmogelijkheden. Anderzijds zullen gewassen op hoger gelegen landbouwpercelen en habitats in natuurgebieden minder gevoelig worden voor droogtestress.
Via verder detailonderzoek zullen de effecten ten aanzien van de bestaande woningen en landgebruik verder in beeld worden gebracht en zullen waar nodig inrichtingsmaatregelen genomen worden om negatieve effecten door bv. overstromingen te vermijden.
Het herstel van de natuurlijke grondwaterstanden kan er in sommige gevallen toe leiden dat woningen die géén waterdichte kelder hebben te maken krijgen met grondwater dat in de kelder sijpelt. Eigenaars controleren daarom best de waterdichtheid van hun kelder. Is de kelder onvoldoende waterdicht? Laat deze dan preventief waterdicht maken. Eigenaars zijn steeds dus zelf verantwoordelijk voor het waterdicht maken van hun kelder.
De evolutie van de grondwaterstanden wordt gemonitord via een uitgebreid grondwatermeetnet met peilbuizen. De bestaande meetpunten van het grondwatermeetnet worden weergeven in dit geoloket:
In 2026 zal het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) in opdracht van het Agentschap voor Natuur en Bos bijkomende peilbuizen plaatsen in de vallei van de Kleine Nete in Geel, Kasterlee en Olen. Via deze peilbuizen zullen de effecten van de hydrologische herstelmaatregelen op de grondwaterstanden in het gebied opgevolgd kunnen worden. In de peilbuis zit een datalogger die twee maal per jaar (zowel in de zomer als in de winter) uitgelezen wordt. De meetgegevens zullen na verwerkingen en validatie publiek toegankelijk zijn via de Databank Ondergrond Vlaanderen (DOV) (rubriek Grondwater > Grondwateronderzoek) en/of de WATINA-databank (mits login).
Landbouweffecten
Wie is de opdrachtgever van het LER aan wie de individuele bedrijfsfiches bezorgd worden?
Opdrachtgever voor het LER is het entiteitsoverschrijdend projectteam (EOP) van het beleidsdomein Omgeving dat de opdracht heeft om het hydrologisch herstelplan en het flankerend beleid uit te werken. Het bestaat uit Departement Omgeving, Agentschap voor Natuur en Bos, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Vlaamse Landmaatschappij en Vlaamse Milieumaatschappij.
Waterbeheer
Zijn de grondwaterkwaliteitsnormen voor fosfor in het natuurgebied van De Zegge strenger dan de drinkwaternorm?
Er zijn binnen het huidig wettelijk kader géén andere of strengere milieukwaliteitsnormen voor het grond- of oppervlaktewater voor het natuurgebied De Zegge.
Er is ook geen drinkwaternorm voor fosfor (P) bepaald. Er zijn wel drinkwaternormen voor nitraat (50 mg/l) en voor nitriet (0.5 mg/l) bepaald en een indicatorwaarde voor ammonium (0.5 mg/l).
De milieukwaliteitsnormen voor grondwater zijn opgenomen in VLAREM in bijlage 2.4.1. De grondwaterkwaliteitsnorm voor (ortho)fosfaat (PO4---) is 1.34 mg/l , voor nitraat (NO3-) is de norm 50 mg/l , voor nitriet (NO2-) 0.1 mg/l en voor ammonium (NH4+) 0.5 mg/l.
In recent wetenschappelijk onderzoek van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Herr et. al. INBO, 2024) (https://doi.org/10.21436/inbor.107856296) wordt aangeven welke de wenselijke concentraties en grenswaarden voor bepaalde nutriënten zijn voor bepaalde habitattypes. Deze wenselijke concentraties liggen volgens het advies van het INBO lager dan de huidige geldende milieukwaliteitsnormen voor grondwater. De inzichten uit dit wetenschappelijk onderzoek en advies van het INBO hebben tot op heden nog niet geleid tot een aanpassing van de wettelijke kwaliteitsnormen voor grond- en oppervlaktewater. Ze zijn uiteraard wél relevant voor het bepalen van de maatregelen nodig voor het realiseren van een gunstige staat van instandhouding van de soorten en habitats van de Europese Natura 2000-gebieden.
Heb je zelf een vraag?
Stel hier je vraag