De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei.
2020
Vlaamse Regering keurt actieplan goed
2021-2024
Opmaak ecohydrologische studie
2024-2025
Opmaak landbouweffecten- rapport
2026
Opmaak inrichtingsnota
2027
Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota
Vanaf 2027
Start uitvoering herstelmaatregelen
Vaak gestelde vragen
Waterbeheer
Zullen de pompen die de landbouwpolder nu bemalen onmiddellijk verdwijnen?
De pompen maken deel uit van het huidige kunstmatige waterpeilbeheer in het gebied dat in hoofdzaak gericht is op verlagen van de natuurlijke grondwaterpeilen in de landbouwpolder langs de Kleine Nete. Dit waterpeilbeheer heeft echter negatieve effecten op de natuur in de aangrenzende Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Het is daarom nodig het waterbeheer – en de rol van de pompgemalen daarbij – in het gebied te herbekijken.
Een ministerieel besluit van 27 oktober 2023 verplicht de waterbeheerders die instaan voor de peilinstellingen aan de pompgemalen en de stuwen om voor de landbouwpolder tussen Kleine Nete en het natuurreservaat De Zegge een peilbesluit op te maken. Zo’n peilbesluit zal de peilregeling juridisch vastleggen, rekening houdend met de behoeften inzake milieu, natuur, landschap, economie, landbouw en waterveiligheid. De peilregeling mag geen negatieve effecten hebben op de natuur in de Natura 2000-gebieden. Het peilbesluit bevat ook een actieplan met de inrichtings- en beheermaatregelen die nodig zijn om de beoogde peilregeling te realiseren.
Droogleggingen in functie van landbouwdoeleinden via de inzet regelbare constructies zoals stuwen of pompgemalen om een seizoensgebonden of permanente peilverlaging te realiseren, zijn door een wijziging van de regelgeving vanaf 8 april 2025 vergunningsplichtige handelingen (nieuwe VLAREM-rubriek 65) tenzij er een goedgekeurd peilbesluit is dat de peilregeling vastlegd.
Het is dus duidelijk dat het huidige peilbeheer via de pompgemalen op termijn niet volgehouden zal kunnen worden. Voor de bestaande pompgemalen lopen bovendien ook een aantal handhavingstrajecten bij de inspectiediensten, nadat bleek dat ze onvoldoende vergund zijn volgens de actuele regelgeving. De opmaak van een peilbesluit is daarom een essentieel onderdeel van het hydrologisch herstelplan voor De Zegge. In afwachting van de opmaak van zo’n peilbesluit zijn er afspraken gemaakt tussen de waterbeheerder en de landbouw- en natuurorganisaties voor de werking van het pompgemaal op het Vijzelloopje langs de Roerdompstraat om bij zeer hoge waterstanden en dreigende wateroverlast overstromingen vanuit de Larumse Loop en de Sasloop in het natuurreservaat De Zegge te vermijden en zo tot een meer billijke spreiding van de overstromingen te bewerkstellingen.
De actuele aan- en afslagpeilen van de pompstations en de waterpeilgegevens zijn publiek consulteerbaar via waterinfo.vlaanderen.be. Op deze website kan je op de kaart een pomp- of meetstation waarover je meer wil weten, aanklikken.
Hieronder vindt u de rechtstreekse link naar de pompen op de Centrale loop en het Vijzelloopje. Klik op 'Info station' voor informatie over de aan- en afslagpeilen en de capaciteit van de pompen.
Pompstation Centrale loop (K10_531) Pompstation Vijzelloopje (K10_532)
Hydrologisch herstelproject
Waarom wordt er geen natuurherstel gerealiseerd op de vervuilde gronden van UMICORE in Olen?
De radioactief verontreinigde sites rond UMICORE liggen buiten de Natura 2000-gebieden. Voor de verschillende verontreinigde sites zijn er afzonderlijke bodemsanerings- en herstelprojecten die op zich géén deel uit maken van de binnen de Natura 2000-gebieden te herstellen natuur.
Voor wat betreft de gronden van UMICORE gelegen in natuur- of bosgebied wordt dus wél in gezet op herstel en ontwikkeling van natuur of bos al dan niet na de voorafgaande sanering. Ook voor die terreinen wordt nagegaan hoe het bodem- en waterpeilbeheer moet aangepast worden i.f.v. de instandhouding van de natuur in de aangrenzende Natura 2000-gebieden.
Info over de radioactieve verontreinigingen en de maatregelen op https://fanc.fgov.be/nl/dossiers/radioactiviteit-het-leefmilieu/verontreinigde-sites/historische-radiologische en https://www.niras.be/radiumhoudend-afval.
Grondaankopen
Hoe komt het dat de VLM al bij sommige landbouwers op bezoek geweest is en andere niet?
De Vlaamse Landmaatschappij heeft historisch gronden van Domein de Zegge in eigendom en contacten met landbouwers in het gebied rond de Zegge. De Vlaamse Regering gaf de VLM de opdracht om een bewarend grondbeleid te voeren en in te gaan op aankoopopportuniteiten.
Tijdens de opmaak van de ecohydrologische studie namen enkele landbouwers het initiatief om contact op te nemen met de VLM. Met een aantal landbouwers zijn gesprekken opgestart al dan niet met een vraag tot aankoop van percelen en/of bedrijven door het Vlaams Gewest.
Waar mogelijk is de VLM ingegaan op die vraag, waar dat nog niet is kunnen gebeuren zal dat nog gebeuren.
In het kader van het LER startte de bevraging vanaf 18 november 2024.
Hydrologisch herstelproject
Wat is het nut van behoud en herstel veengebieden?
Veengebieden spelen een belangrijke rol bij de wereldwijde klimaatregulering en het voorkomen van overstromingen en droogte. Niet-ontwaterde veengebieden vertonen een sterke sponswerking waardoor piekafvoeren bij extreme regenval worden vertraagd en de kans op overstromingen afneemt. Bovendien beschikken veengebieden over de bijzondere capaciteit om grote hoeveelheden CO2 op te slaan in de veenbodem.
Veengrond ontstaat als plantenresten niet vergaan, maar onder water, afgesloten van zuurstof, dikke lagen vormen. Een traag proces wat eeuwen duurt. Veengebieden op het noordelijk halfrond tellen 3 tot 5% van het totale landoppervlak en bevatten ongeveer 33% van de wereldwijde bodemkoolstof. Daarom hebben veengebieden een sterk natuurlijk potentieel om koolstof te besparen en spelen ze een belangrijke rol in de op de natuur gebaseerde oplossingen voor klimaatverandering.
Veengebieden staan echter wereldwijd onder druk en dreigen zelfs te verdwijnen door verschillende factoren zoals drainage ten behoeve van landbouw, veenontginning of waterverontreiniging. Bij verlaging van de grondwaterstand, bij afgraven van het veen en/of een verhoogde aanvoer van voedingsstoffen, kan het verlies van veen versnellen en daarbij een grote bron voor uitstoot van CO2 vormen. Wanneer veengebieden droog komen te staan, komt de goed bewaarde koolstof dus vrij als broeikasgassen in de atmosfeer. Sinds halfweg de twintigste eeuw is ruim 90 procent van de Vlaamse venen verloren gegaan door droogleggingsprojecten. Het gevolg hiervan is dat veel veengebieden nu vooral koolstof uitstoten i.p.v. op te slaan. Een verdere degradatie moet daarom voorkomen worden en meer herstel van resterende veengebieden moet aangemoedigd worden.
De Europese LULUCF-verordening legt op dat landgebruikswijzigingen netto moeten bijdragen aan het bijkomend opslaan van CO2. Samen met veen en natte natuur vormen wetlands de grootste opslag van bodemkoolstof per hectare. Het is belangrijk om deze koolstofhotspots te behouden, te beschermen en uit te breiden door vernatting. Dat kan door grondwaterstanden te behouden of te verhogen via peilbeheer, of door het gecontroleerd wegnemen van drainerende grachten of ondergrondse drainages. Oppervlakteveen en ondergronds diepveen is ook rijk aan koolstof, en moeten daarom maximaal behouden en beschermd worden.
In de vallei van de Kleine Nete wordt onder andere via het INTERREG-project ADMIRE aan veenbehoud en -herstel gewerkt. Meer weten over het belang van veen? Bekijk dan zeker deze filmpjes over veen en veenherstel.
Landbouweffecten
Kan ik in mijn landbouwbedrijfswoning in het agrarisch gebied blijven wonen als ik stop als landbouwer?
Het omvormen van een landbouwbedrijfswoning naar een louter residentiële woning die geen binding meer heeft met de (al dan niet beëindigde) landbouwexploitatie is een vergunningsplichtige functiewijziging.
Deze vergunningsplicht geldt echter niet voor de voormalige landbouwers die na het stopzetten van de landbouwexploitatie blijven wonen; die vergunningsplicht onstaat immers pas bij overdracht van enig zakelijk recht (cfr. artikel 2 §2 van het besluit vergunningsplichtige functiewijzigingen). De woning verhuren of verkopen als residentiële woning aan iemand anders kan dus enkel na het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor deze functiewijziging.
Het verkijgen van een vergunning voor het wijzigen van het gebuik van een landbouwbedrijfswoning naar een ééngezinswoning is enkel mogelijk voor de bedrijfswoning en de daarbij fysiek rechtstreeks aansluitende ruimtes. De bedrijfsgebouwen van het landbouwbedrijf mogen ook niet afgesplitst worden van de bedrijfswoning en kunnen enkel een nieuw gebruik als woningbijgebouw krijgen. Deze voorwaarden zijn omschreven in artikel 11 van besluit toelaatbare zonevreemde functiewijzigingen.
Let wel, het verkrijgen van zo'n vergunning is géén automatisch recht en wordt door de vergunningverlener steeds afgetoetst aan de principes van de goede ruimtelijke ordening en de functionele inpasbaarheid. Zo mag de functiewijziging de normale bedrijfsvoering van de landbouwbedrijven in de omgeving niet in het gedrang brengen.
Ecohydrologische studie
Wat zijn de volgende stappen na de ecohydrologische studie?
Er is een Task Force opgericht onder voorzitterschap van de gouverneur die op basis van de inzichten en voorstellen vanuit de ecohydrologische studie concrete voorstellen voor de herinrichting van de vallei zal uitwerken volgens de drie voorgestelde stappen en fasering. Het verder detailonderzoek moet uitwijzen welk van de voorgestelde maatregelen effectief uitgevoerd kunnen worden zoals de studie voorstelt. Bij de concrete uitwerking kunnen zich immers bijkomende randvoorwaarden, beperkingen of opportuniteiten aandienen die tot aangepaste of andere voorstellen leiden. Waar nodig zullen de effecten opnieuw doorgerekend worden in de grond- en oppervlaktewatermodellen.
In eerste instantie worden de voorgestelde acute maatregelen verder geëvalueerd. Er wordt nagegaan of ze effectief op korte termijn uitvoerbaar zijn zonder onaanvaardbare negatieve gevolgen voor het actuele landbouwgebruik op percelen in het agrarisch gebied die geen eigendom van de overheid zijn en/of niet vrij zijn van gebruik.
Parallel worden de voorstellen voor de herinrichting op middellange (stap 2) en lange termijn (stap 3) verder in detail uitgewerkt. Er zal een ontwerp van inrichtingsnota opgesteld worden die aangeeft welke ingrepen nodig zijn en welke instrumenten ingezet kunnen worden om die te realiseren. Over het ontwerp van inrichtingsnota zal een openbaar onderzoek georganiseerd worden. Na de verwerking van de inspraakreacties, zal de inrichtingsnota voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Vlaamse Regering. De voorgenomen timing is dat dat openbaar onderzoek in de tweede helft van 2026 zal plaatsvinden.
De inrichtingsnota zal ook aangeven welk flankerend beleid er nodig is voor de huidige eigenaars en gebruikers in het gebied. Daarvoor wordt een landbouweffectenrapport opgemaakt. Het landbouweffectenrapport brengt voor elk van de betrokken landbouwbedrijven in beeld wat de impact is en welke flankerende of begeleidende maatregelen mogelijk of wenselijk zijn.
Heb je zelf een vraag?
Stel hier je vraag