De vallei van de Kleine Nete tussen Herentals en Geel staat voor ingrijpende veranderingen. De Vlaamse overheid werkt onder coördinatie van gouverneur Cathy Berx aan het hydrologisch herstel van de vallei. 

2020

Vlaamse Regering keurt actieplan goed

2021-2024

Opmaak ecohydrologische studie

2024-2025

Opmaak landbouweffecten- rapport

2026

Opmaak inrichtingsnota

2027

Beslissing Vlaamse Regering over inrichtingsnota

Vanaf 2027

Start uitvoering herstelmaatregelen

Start opmaak peilbesluit

19-01-2026

In 2026 maken we werk van de opmaak van een peilbesluit dat bepaalt welke waterpeilen via de regelbare constructies (stuwen, pompgemalen...) op de waterlopen in het gebied in de toekomst aangehouden moeten worden. 

De opmaak van een peilbesluit voor het gebied rond De Zegge is nodig omdat de huidige ontwatering via twee pompstations niet vergund is. Deze ontwatering van de landbouwpolder zorgt vandaag ook voor een verlaging van de grondwaterstanden in de aangrenzende Natura 2000-gebieden wat een probleem vormt voor de grondwaterafhankelijke natuur. Het toekomstig peilbeheer moet dus garanderen dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden voldoende hoog blijven zodat de aanwezige veengebieden niet verder verdrogen. 

Een eerste stap in de procedure is de opmaak van een oriëntatienota in overleg met de begeleidingsgroep met de lokale besturen en natuur- en landbouworganisaties. De oriëntatienota brengt het huidige peilbeheer en de behoeften vanuit het landgebruik ik het gebied in kaart en geeft aan hoe de milieueffecten onderzocht zullen worden (mer-scoping). Begin januari 2026 is deze oriëntatienota afgewerkt en voor advies voorgegeld aan de in de regelgeving bepaalde adviserende instanties. 

Na de verwerking van de adviezen volgt de opmaak van het eigenlijke peilbesluit en een planmilieueffectenrapport. Over dat ontwerp van peilbesluit zal wellicht in de tweede helft van 2026 een openbaar onderzoek georganiseerd kunnen worden.

Lees de oriëntatienota voor het peilbesluit

Meer nieuws

Blijf op de hoogte

Ontvang het laatste nieuws rechtstreeks in je mailbox

Schrijf je in

Vaak gestelde vragen

Grondaankopen

Zal de overheid mijn gronden onteigenen als ik niet vrijwillig wens te verkopen?

Op dit ogenblik wordt er een grondbeleid op vrijwillige basis gevoerd. Dat betekent dat het Vlaams gewest in de vallei van de Kleine Nete gronden aankoopt in functie van het inrichten of bufferen van natte natuurkernen in de Natura 2000-gebieden en het opbouwen van een reserve aan ruilgronden voor landbouwers in agrarisch gebied op minnelijke - niet gedwongen - wijze. We spreken dan van een vrijwillige verkoop via een gewone verkoopsovereenkomst.

 

Er zijn nog geen beslissingen genomen om effectief tot onteigening over te gaan. Indien de verwerving van bepaalde gronden noodzakelijk is om het hydrologisch herstel te kunnen realiseren en het blijkt niet mogelijk om de gronden via onderhandeling minnelijk te verwerven, kan het Vlaams gewest ten alle tijde beslissen om over te gaan tot een onteigening voor het algemeen belang.   

 

De onteigenende overheid moet wél steeds eerst onderhandelen met de personen die ze wil onteigenen om tot een minnelijke verwerving te komen. Die onderhandelingen kunnen de hele procedure duren. Bij onderling akkoord stopt de onteigeningsprocedure en spreken we van een gewone verkoop. Als er na het definitief onteigeningsbesluit geen minnelijke verwerving is, wordt de gerechtelijke procedure opgestart. De persoon die onteigend wordt, krijgt de kans om het project van de overheid die wil onteigenen, zelf te realiseren. Als die persoon aantoont dat hij dat kan en de overheid willigt zijn verzoek in, mag de onteigening niet meer plaatsvinden.

 

Meer info over de mogelijkheden die de overheid heeft om te onteigenen en de onteigeningsprocedures leest u op deze website.

 

0 0
lees meer

Hydrologisch herstelproject

Waarom wordt er geen natuurherstel gerealiseerd op de vervuilde gronden van UMICORE in Olen?

De radioactief verontreinigde sites rond UMICORE liggen buiten de Natura 2000-gebieden. Voor de verschillende verontreinigde sites zijn er afzonderlijke bodemsanerings- en herstelprojecten die op zich géén deel uit maken van de binnen de Natura 2000-gebieden te herstellen natuur. 


Voor wat betreft de gronden van UMICORE gelegen in natuur- of bosgebied wordt dus wél in gezet op herstel en ontwikkeling van natuur of bos al dan niet na de voorafgaande sanering. Ook voor die terreinen wordt nagegaan hoe het bodem- en waterpeilbeheer moet aangepast worden i.f.v. de instandhouding van de natuur in de aangrenzende Natura 2000-gebieden.

 

Info over de radioactieve verontreinigingen en de maatregelen op https://fanc.fgov.be/nl/dossiers/radioactiviteit-het-leefmilieu/verontreinigde-sites/historische-radiologische en https://www.niras.be/radiumhoudend-afval. 

0 0
lees meer

Overleg en inspraak

Wie zetelt in de begeleidingsgroep van het project?

De begeleidingsgroep wordt voorgezeten door de gouverneur. In de begeleidingsgroep zitten onder andere de gemeenten Geel, Kasterlee en Olen, een vertegenwoordiger van de Antwerpse deputatie, vertegenwoordigers van Boerenbond, Natuurpunt en KMDA, een vertegenwoordiging van de landbouwers uit de polder, Dienst Integraal Waterbeheer provincie Antwerpen, Vlaamse Milieumaatschappij, Vlaamse Landmaatschappij, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij, Agentschap voor Natuur en Bos, Agentschap Onroerend Erfgoed en Departement Omgeving.

0 0
lees meer

Landbouweffecten

Hoe lang kunnen landbouwbedrijven nog gronden in de landbouwpolder gebruiken?

Zolang de bestemmingen in het gebied niet gewijzigd zijn, blijven de agrarische bestemmingen in de landbouwpolder van kracht en is landbouwgebruik mogelijk. Welke zones wel of niet en wanneer van bestemming zullen wijzigen is nog niet bepaald. Zolang er geen bestemmingswijziging is doorgevoerd en/of er geen inrichtingsmaatregelen genomen zijn waardoor percelen onbruikbaar worden, kunnen landbouwbedrijven de gronden in het gebied blijven gebruiken.

0 0
lees meer

Landbouweffecten

Zal er nog landbouw mogelijk zijn in het gebied?

Op basis van de huidige inzichten vanuit de ecohydrologische studie zullen de grondwaterpeilen in de omgeving van de SBZ-deelgebieden Zegge-Mosselgoren en Olens Broek in de toekomst hoger liggen en zal de overstromingsfrequentie in de landbouwpolder tussen Kleine Nete en Roerdompstraat wellicht stijgen waardoor het gebied naar alle waarschijnlijkheid veel minder geschikt wordt voor de veevoedergewas- en akkerbouwteelten die er vandaag voorkomen. 

 

Er is voorgesteld om een innovatietraject op te starten met een aantal kennisinstellingen en de landbouwsector om te onderzoeken of er andere vormen van landbouw mogelijk zijn in een nattere vallei, het is dus niet per definitie uitgesloten dat er nog een bepaalde vorm van landbouw mogelijk zal zijn voor zoverre die compatibel of verenigbaar is met de waterbergings- en bufferfunctie van de van nature overstroombare en natte valleigronden. Het is echter ook mogelijk dat uiteindelijk zal blijken dat er geen vormen van landbouwproductie mogelijk zijn. Het verder onderzoek en overleg zal dat moeten uitwijzen. 

0 0
lees meer

Ecohydrologische studie

Wat zijn de resultaten van de ecohydrologische studie?

Uit de ecohydrologische studie blijkt dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden te laag zijn om de grondwaterafhankelijke habitats in stand te kunnen houden. Dat is het gevolg van de wijze waarop het waterbeheer sinds de ontginning van het Geels Gebroekt in de jaren 1950 gevoerd wordt. De rechttrekking en verdieping van de Kleine Nete gecombineerd met het systeem van ontwateringsgrachten en pompen dat dient om de grondwaterpeilen kunstmatig laag te houden in het landbouwgebied heeft ervoor gezorgd dat ook de grondwaterpeilen in natuurgebieden te laag zijn komen te liggen en er een probleem van verdroging is.

 

Via het model kan nagegaan worden het effect van bepaalde ingrepen in het waterbeheer op de grondwaterstanden in de Natura 2000-gebieden en op de overstromingen in de vallei. Uitgaande van de grondwaterstanden die nodig zijn om de natuur te herstellen en in stand te kunnen houden, zijn voorstellen van maatregelen uitgewerkt waarmee de grondwaterpeilen in de natuurgebieden hersteld worden en opnieuw voldoende hoog blijven. Maatregelen zijn bv. aanpassingen aan de kunstwerken (dijken, stuwen, pompen…), aan de waterlopen zelf (aanpassen van de loop of ver(on)diepen) of aan de drainage van percelen.

 

Niet alleen de grondwaterpeilen spelen een rol. Ook frequente overstromingen met voor de natuur te nutriëntrijk water zorgen voor onomkeerbare schade aan de vegetatie. Door de huidige inrichting krijgen de natuurgebieden bovendien disproportioneel veel overstromingswater, terwijl grote delen van de nature overstroombare vallei en natuurlijke bergingsruimte niet aangesproken worden en door dijken en pompen meer gevrijwaard blijven van overstromingen. Zolang de waterkwaliteit niet voldoende verbetert moeten ook maatregelen genomen worden om overstromingen in de natuurgebieden te vermijden. Ook daar stelt de studie maatregelen voor voor en is de impact op de overstromingsfrequentie en -diepte in de verschillende gebieden via het model doorgerekend.

 

De studie stelt een aanpak in drie stappen voor:

 

Stap 1. Het nemen van een aantal acute maatregelen op korte termijn om te vermijden dat er verdere onomkeerbare schade aan de natuur veroorzaakt wordt door overstromingen met te nutriëntrijk water. 

Stap 2. Het uitvoeren van een aantal eerder technische ingrepen die ervoor zorgen dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden hersteld worden én tegelijk overstromingen met te nutriëntrijk water vermeden worden. In deze fase zal er vaker en meer water geborgen moeten worden in de laag gelegen landbouwpolder tussen de Kleine Nete en De Zegge. 

Stap 3. Het realiseren van een hydrologisch herstel op landschapsniveau waarbij de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden voldoende hoog blijven én alle van nature overstroombare delen van de vallei – inclusief de laag gelegen natuurgebieden – opnieuw kunnen overstromen. Dat kan pas op het ogenblik dat de waterkwaliteit voldoende verbeterd is in functie van de kwetsbare natuur. In deze fase worden het natuurlijk valleisysteem met een meanderende en minder diepe Kleine Nete hersteld waarbij de rivier opnieuw ruimte krijgt om in haar vallei te overstromen. 

 

Raadpleeg de ecohydrologische studie

0 0
lees meer
Zoek in alle vragen en antwoorden

Heb je zelf een vraag?

Stel hier je vraag