16 jun

Nieuw onderzoek KU Leuven Campus Geel benadrukt urgentie hydrologische herstel

16-06-2026

Dankzij nieuw onderzoek van KU Leuven Campus Geel kunnen we de gezondheid van veengebieden nu veel nauwkeuriger beoordelen. De resultaten zijn zorgwekkend, maar bieden gelukkig ook duidelijkheid over oplossingen.

Veengebieden zoals De Zegge zijn belangrijk voor het goed functioneren van onze landschappen: ondanks hun vaak beperkte oppervlakte slaan ze grote hoeveelheden koolstof op, herbergen ze een rijke en vooral unieke biodiversiteit en bufferen ze extreme temperaturen en regenval voor het hele landschap. Tenminste, als ze gezond zijn. De combinatie van ontwatering en afwatering door menselijk ingrijpen en klimaatverandering zet immers een enorme druk op deze unieke ecosystemen, waardoor het veen degradeert en veraardt.

 

Dokter, hoe gezond is mijn veen? 

Veen bestaat voor 90% uit koolstofrijk organisch materiaal. Dat komt omdat de natte en zuurstofloze omstandigheden in ongestoorde veengebieden de afbraak van plantenresten zeer sterk bemoeilijken. Valt het veen echter droog, bijvoorbeeld onder invloed van drainage, dan schiet die afbraak terug in gang en gaat er heel wat van die bodemkoolstof razendsnel verloren: veen dat doorgaans vele eeuwen tot millennia nodig heeft gehad om op te bouwen, kan op een termijn van jaren tot decennia verloren gaan. Daarbij gaat de sponswerking achteruit, verdwijnen veenspecifieke soorten en degradeert het hele ecosysteem.

Nu de klimaatverandering de effecten van drainage nog scherper stelt, wordt het dus steeds belangrijker om goed te begrijpen welke processen er gaande zijn in het veen, en in welke staat het veen verkeert. Dat kan deels geëvalueerd worden met het blote oog ("Von Post humificatiegraad"), maar de resolutie van deze visuele methode is zeer beperkt. Daarom heeft onderzoeker Dr. Kim voor zijn doctoraat in detail onderzocht hoe drainage het veen verandert: hij ontwikkelde een moleculaire methode om veendynamiek en veendegradatie te beoordelen. Daarvoor vergeleek hij de moleculaire samenstelling en veranderingen in intacte veengebieden met die van ontwaterde en herstelde veengebieden over heel Europa, onder leiding van Prof. Karen Vancampenhout en Prof. Willem-Jan Emsens. Het resultaat is een nieuwe tool om snel maar gedetailleerd te evalueren in welke toestand het veen zich bevindt.

  

De Zegge blijkt nog veel kwetsbaarder dan eerder gedacht

Als we de gezondheid van het veen in De Zegge met de Europese database vergelijken, dan valt op dat de verdroging in De Zegge al tot aanzienlijke moleculaire schade heeft geleid, vooral in de zones waar de watertafel door drainage en droogte sterk is gaan schommelen. Dit proces van veraarding of inklinking verloopt meestal gradueel, maar in De Zegge blijkt er meer aan de hand: enkele maanden na de exteem droge zomer van 2018 bleek het veen op twee locaties van enkele tientallen vierkante meters heel plots in te zakken: over het verloop van slechts enkele weken veranderde het veen in een modderige zwarte pap, en onstonden er plotse verzakkingen in het gebied.

Drone-gebaseerde Laser metingen (LIDAR) tonen bovendien aan dat die ingezakte zones zich sindsdien nog hebben uitgebreid, en broeikasgasmetingen tonen aan dat hierbij een substantiele hoeveelheid bodemkoolstof verloren is gegaan. Ook de bovengrondse en ondergrondse biodiversiteit is helemaal veranderd op de ingezakte locaties. Zo’n extreem snelle veendegradatie, ook wel ‘sudden peat collapse’ genoemd, was tot 2018 enkel waargenomen in kustmoerassen, waar het zwavelrijke oceaanwater een soort kettingreactie van afbraakprocessen in gang kan zetten.

KU Leuven Campus Geel onderzocht het fenomeen voor de Zegge en vond opvallende gelijkenissen: hoewel de Zegge nu ver van de kust verwijderd is, zijn de 3 miljoen jaar oude zanden van Kasterlee en Diest waarop het veen rust van mariene oorsprong. De zwavelcomponenten in die mariene zanden zijn in normale omstandigheden netjes aan de bodem gebonden en daardoor niet schadelijk, maar bij te hoge nitraatwaardes in het grondwater kunnen ze vrijkomen. Het onderzoek heeft aangetoond dat dat inderdaad het geval is in De Zegge, en dat die zwavelcomponenten een gelijkaardige kettingreactie - een sudden collapse of plotse inzakking - kunnen veroorzaken. Dat nitraat komt met het kwelwater uit het omliggende inzijggebied terecht in het zuidelijke en westelijke deel van De Zegge.

 

Eerst water, de rest komt later

De combinatie van steeds sterker fluctuerende grondwatertafels en een nog steeds te hoge nitraatvracht uit de omliggende inzijggebieden maakt dat het veen in de Zegge op een kantelpunt is beland, en dat onmiddellijk moet ingegrepen worden om de versnelde afbraak een halt toe te roepen. Gelukkig biedt het onderzoek daar ook concrete handvaten voor: aanvullend experimenteel onderzoek op veenkernen in het labo toont immers duidelijk aan dat de bovengenoemde kettingreactie voornamelijk plaatsvindt als de grondwatertafel onnatuurlijk hard schommelt. Op locaties waar het grondwater stabiel aan het maaiveld blijft, doet het fenomeen zich niet voor en is de impact van de vervuiling op het gebied kleiner.

De oplossing is dus simpel, maar bijzonder urgent: het ecohydrologische herstel moet zo snel mogelijk worden uitgevoerd om alle veendegradatieprocessen in de Zegge een halt toe te roepen. Om de weerbaarheid van de Zegge opnieuw op te krikken moet bovendien de nitraatvracht in het kwelwater naar beneden. 

 

Op 19 mei 2026 verdedige Keunbae Kim succesvol zijn doctoraat aan de KU Leuven. Zijn proefschrift focust op bodemdegradatie en ondergrondse koolstofdynamiek in veengebieden, getiteld "Disturbance Legacies and Post-Disturbance Trajectories of Belowground Carbon Dynamics in Peatland". Dit artikel werd sterk vereenvoudigd om de leesbaarheid te verhogen. Wil je de details lezen dan kan je de wetenschappelijke tekst opvragen via de bibliotheek van KU Leuven. 

 

19 jan

Start opmaak peilbesluit

19-01-2026

In 2026 maken we werk van de opmaak van een peilbesluit dat bepaalt welke waterpeilen via de regelbare constructies (stuwen, pompgemalen...) op de waterlopen in het gebied in de toekomst aangehouden moeten worden. 

De opmaak van een peilbesluit voor het gebied rond De Zegge is nodig omdat de huidige ontwatering via twee pompstations niet vergund is. Deze ontwatering van de landbouwpolder zorgt vandaag ook voor een verlaging van de grondwaterstanden in de aangrenzende Natura 2000-gebieden wat een probleem vormt voor de grondwaterafhankelijke natuur. Het toekomstig peilbeheer moet dus garanderen dat de grondwaterpeilen in de Natura 2000-gebieden voldoende hoog blijven zodat de aanwezige veengebieden niet verder verdrogen. 

Een eerste stap in de procedure is de opmaak van een oriëntatienota in overleg met de begeleidingsgroep met de lokale besturen en natuur- en landbouworganisaties. De oriëntatienota brengt het huidige peilbeheer en de behoeften vanuit het landgebruik ik het gebied in kaart en geeft aan hoe de milieueffecten onderzocht zullen worden (mer-scoping). Begin januari 2026 is deze oriëntatienota afgewerkt en voor advies voorgegeld aan de in de regelgeving bepaalde adviserende instanties. 

Na de verwerking van de adviezen volgt de opmaak van het eigenlijke peilbesluit en een planmilieueffectenrapport. Over dat ontwerp van peilbesluit zal wellicht in de tweede helft van 2026 een openbaar onderzoek georganiseerd kunnen worden.

Lees de oriëntatienota voor het peilbesluit

1 apr

Opstart Living Lab toekomstgerichte landbouw in de vallei van de Kleine Nete

01-04-2025

Het plan van aanpak voor het hydrologisch herstel van De Zegge voorziet ook een landbouwinnovatietraject om goed in te kunnen spelen op de veranderende omstandigheden in de vallei van de Kleine Nete. Zo willen we tot een gedragen, toekomstbestendige aanpak komen die ook oog heeft voor de belangen van de talrijke economische actoren in die in de vallei aanwezig zijn. Landbouwers vragen zich terecht af hoe toekomstgerichte en rendabele landbouwpraktijken in hun regio eruit zouden kunnen zien.

Met de oprichting van een Living Lab Kleine Nete willen onderzoeksinstellingen, landschapsorganisaties en beleidsmakers samen met landbouwers antwoorden formuleren op essentiële vragen:

Wat is de eigenheid van dit gebied? Hoe creëren we er ruimte voor water terwijl we het risico op overstromingsschade toch maximaal beperken? Kunnen “natte teelten” aan dit alles bijdragen? Zo ja welke gewassen zijn geschikt, wat zijn de te verwachten opbrengsten en mogelijke afzetmarkten? Hoe worden “natte” landbouwgebieden best ingericht? Hoe versterken we het aanpassingsvermogen van onze bedrijven, en met name de landbouwers?

Het Kleine Nete-samenwerkingsverband, de KU Leuven en de KMDA organiseerde daarom in samenwerking met het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO), het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, HOGent, Provincie Antwerpen, Thomas Moore, Boerenbond en Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete op maandag 31 maart 2025 een debatavond op de KU Leuven - Campus Geel.

Na een verwelkoming door Marlon Pareijn (burgemeester Stad Geel), prof. Gerard Govers (vicerector KU Leuven) en Cathy Berx (gouverneur provincie Antwerpen) gaf Jeroen De Waegemaer (Instituut voor Landbouw-, Visserij en Voedingsonderzoek) een lezing over de meerwaarde van 'living labs'. Riccy Focke (Agentschap Landbouw en Zeevisserij) sprak over de succes- en faalfactoren bij transitievraagstukken in de landbouw.

Daarna was er een panelgesprek met Joris Relaes (ILVO), Riccy Focke (Agentschap Landbouw en Zeevisserij), Karen Vancampenhout (KU Leuven Campus Geel), Dries Herpoelaert (KMDA), Pieter Veen (HOGENT), Bas Van der Veken (Regionaal Landschap Kleine en Grote Nete), Bert De Keyser (Boerenbond), Michaël Cassaert (Thomas More) en Lies Cambie (provincie Antwerpen) dat gemodereerd werd door gouverneur Berx.

Bekijk hier de presentaties van de lezingen:

"Van onderuit. Verkenning van een Living Lab over landbouw en vernatting" (Jeroen De Waegemaeker, Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) "Van verandering naar vooruitgang. Transitiemanagement in praktijk" (Riccy Focke, Agentschap voor Landbouw en Zeevisserij)

 

13 nov

Infomoment landbouwers opmaak landbouweffectenrapport (LER)

13-11-2024

Landbouwers met gronden in het gebied rond De Zegge en het Olens Broek waar op termijn mogelijk effecten voor het landbouwgebruik kunnen ontstaan als gevolg van het hydrologisch herstel van de vallei werden uitgenodigd voor een infoavond op 13 november 2024 in Geel. Op deze infoavond kregen de landbouwers uitleg over de ruimtelijke opgave voor het gebied, de resultaten van de ecohydrologische studie en een toelichting over het landbouweffectenrapport (LER) dat nu opgemaakt wordt.

 

Bekijk hier de ingesproken presentatie van het infomoment.

 

Op basis van de inzichten van de ecohydrologische studie is er een zone afgebakend waar effecten op de mogelijkheden voor landbouw verwacht worden als gevolg van het hydrologisch herstelproject. Het gaat dan om mogelijk hogere grondwaterstanden en frequentere overstromingen. Dat betekent dat een groot deel van deze zone na de ingrepen wellicht niet langer bruikbaar zal zijn voor veevoeder- en akkerbouwteelten zoals die vandaag in dat gebied plaatsvinden.

Het landbouweffectenrapport (LER) wordt opgemaakt door de Vlaamse Landmaatschappij en brengt in beeld: 

welke landbouwbedrijven gronden in het gebied gebruiken;

wat de impact is op de bedrijven als de grond niet meer gebruikt zou kunnen worden of minder bruikbaar worden;

welke begeleidende of flankerende maatregelen zinvol zouden kunnen zijn voor deze bedrijven.

 

Lees hier het antwoord op alle gestelde vragen Stel zelf een vraag